18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Eerin - November 2004

Vrouw noch man, maar tegelijkertijd beide

Eerin ziet geen graten in een duidelijk gedefinieerde plaats in het continuüm tussen man en vrouw en omschrijft zichzelf als transgender pur sang. Dat maakt het behoorlijk moeilijk om woorden zoals “zij” en “haar” òf “hij” en “hem” te omzeilen. Eerin klinkt op het eerste zicht onzijdig. “Dat deed ik niet met een bepaalde bedoeling. Ik wist zelfs niet wat de naam betekende vooraleer ik hem heb gekozen.” Eerin straalt de betekenis ervan uit, ondermeer spiritueel en rust. Het huis straalt rust uit en alles heeft er een duidelijke plaats, net zoals de plek die ze voor zichzelf heeft gevonden in de maatschappij.

Ik omschrijf mezelf als een berdache, een woord dat tot enkele jaren geleden werd gebruikt voor een persoon bij de Noord-Amerikaanse indianen, die bekend stond als een bemiddelaar, niet alleen tussen de wereld van mannen en vrouwen, maar ook tussen de wereld van mensen en geesten. Indianen waren heel erg trots om zo iemand in de groep te hebben. Berdaches verleenden hulp aan de medicijnmannen of waren zelf sjamaan. Ze hadden geen behoefte fysiek iets aan zichzelf te veranderen. Dat voel ik ook bij mezelf. Het is moeilijk uit te leggen aan mensen. Ik heb voor mezelf een tijdje het woord transgender gebruikt, maar omschrijf me nu als een tussengender of een intergender. Ik voel me geen man, ik voel me geen vrouw, ik voel me een tussenin. Dat heeft niet meteen iets te maken met het stukje man én vrouw dat in ieder mens zit. Androgyn is ook niet de juiste uitdrukking, omdat bij mij niet alles in balans is.

Blijkbaar zoek je voor jezelf eerst naar een medische verklaring. Daarom zocht ik uit of er wat met mijn hormonen aan de hand was. Logisch, want mijn moeder had door een jeugdige operatie aan de nier én bijnier langere tijd een hogere dosis testosteron geproduceerd. Maar met mijn hormonen was alles in orde. Ik was teleurgesteld. Door het te bekijken op zielsniveau werd ik aanvankelijk ook niet veel wijzer. Toch bleef het me bezighouden.

Anderhalf jaar geleden had ik een ervaring met het paard van een kennis, met een mannelijke identiteit in een vrouwelijk paardenlijf. Ik wilde hem/haar – dat is moeilijk te zeggen – graag ontmoeten om via telepathie te communiceren. Het paard voelde ook waar ik mee zat en ging voortdurend zigzaggen als ik iets vroeg. Zo maakte het dier mij duidelijk dat er ook iets met mij aan de hand was waar ik iets mee moest doen in plaats van het steeds voor mij uit te schuiven. Plots werden ook mijn transgendere gevoelens duidelijker.

Verschillende confrontaties met mezelf en anderen leidden tot een aantal gesprekken met een vertrouwenspersoon van Humanitas die transgendere en transseksuele mensen begeleid. Deze gesprekken maakten duidelijk dat ik een behoorlijke vorm van genderdysforie – een akelig woord trouwens – had, maar niet transseksueel was. Om me zo snel mogelijk goed te voelen in mijn vel raadde een aantal mensen, die ook genderdysfoor waren, me bij het  genderteam van het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit Amsterdam, te doen alsof ik transseksueel was om dan ergens halverwege de rit te stoppen. Maar dat wou ik niet. Ik wou net iedereen laten beseffen dat er ook mensen zijn zoals ik en niet transseksueel zijn om dan het hele traject af te leggen. Ik heb in Amsterdam altijd gezegd dat ik geen operatie wilde, maar een lichte hormoonbehandeling. Door de strak afgelijnde protocollen bij het genderteam kunnen enkel transseksuele mensen en geen transgendere mensen worden geholpen. Die afwijzing heeft me heel wat kracht gegeven om andere wegen te bewandelen en toch een oplossing te zoeken voor mezelf. Na een aantal bezoeken aan mijn huisarts zijn we samen tot een oplossing gekomen.

Een half jaar geleden had ik nog erg het gevoel dat ik in een onhoudbare situatie zat omdat er geen verbinding was tussen geest, lichaam en ziel. Nu is er die wel, waardoor ik veel beter weet en hoe het zit. Ik ben veel rustiger, heb meer energie, neem meer initiatief. Misschien komt dit ook door het testosteron, al is het maar een lage dosis. Voor mij geldt echter het verhelderende aspect, het meer in balans komen. Ik weet dus heel zeker dat ik geen man wil zijn. Het is namelijk zo dat daardoor mijn vrouwelijke kant nu ook meer naar buiten is gekomen. Deze twee zaken samen voelt meer the real me.

Ik leg het niet meer uit, tenzij mensen het me vragen. Aan zij die me dierbaar zijn heb ik het een tijd geleden al gezegd tijdens een persoonlijke ontmoeting om tot een dialoog te komen. Naar de buitenwereld laat ik mijn zijn in het midden. Mensen reageren over het algemeen toch wel verwarrend. Ik merk dat ze in verwarring komen omdat ze me niet in een vakje kunnen stoppen. Binnen de mannengroep van Humanitas – een groep van vrouw-man-transseksuelen die maandelijks bijeen komen - hadden ze met me te doen, maar dat vind ik helemaal niet erg. Ik ben gewend om aangestaard te worden omdat ik als kind een verlamming had aan mijn gezicht. Dat vond ik toen niet leuk. Nu is die verlamming door een aantal ingrepen zo goed als weg, maar als mensen nu toch naar me staren, stoort me dat niet, doet het me niet zoveel meer. Ik vind het zelfs goed dat mensen er bij stilstaan en zich vragen stellen over me. Ik hoop dat mensen zo nadenken over hun genderidentiteit.
Nadat ik mijn beste vriendin had verteld over mijn tussengender zijn, zei ze tegen me dat ze dacht dat ik een jongen was toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, nu ruim 20 jaar geleden. Ik schrok omdat ik het voor mezelf niet in de gaten had.   Met een andere vriendin heb ik regelmatig heftige discussies over mijn uiterlijk. Als ze zegt: “Je kapsel is te jongensachtig, je kleedt je te stoer en te flodderig. Het lijkt wel alsof je je vrouwelijkheid afwijst”, confronteer ik haar met het feit dat ze in hokjes denkt, een beperkt gezichtsveld heeft. Het was best moeilijk om van haar te horen dat ze het niet zou aankunnen, zelfs afhaken, indien ik de hele transformatie zou doormaken. Dat was wel best moeilijk om horen.

Mocht ik aan een nieuwe relatie beginnen zou ik het van in het begin meteen duidelijk maken. Er wordt gezegd dat het voor mensen moeilijk zou zijn als hun partner ergens tussenin zou hangen. Twaalf jaar lang heb ik een relatie gehad, maar toen dacht ik nog een lesbische identiteit te hebben. Ik kon het toen niet benoemen.

Ik ben niet echt een familiemens. Mijn ouders zijn allebei overleden en voor mijn broer maakt het niets uit of hij een broer of een zus heeft. Een paar weken geleden sprak ik met hem over mijn eerste baardgroei. Ik vroeg hem of ik het zou laten staan of niet. Ik was bij hem aan het kijken. Hij heeft een heel zware baard, dus zei ik gekscherend dat me nog veel te wachten staat. Maar baardgroei zou me niet tegenhouden omdat ik me goed voel zoals ik nu ben. Er zijn dingen die fysiek veranderen: de borstomvang is wat minder, mijn clitoris is behoorlijk vergroot zelfs met een lage dosis testosteron. Ik was er op voorbereid dus het stoort me niet.

Ik heb ook niet de behoefte om man te worden. Helemaal niet… Om het plat te zeggen: hoe ik ben hangt niet af van wat ik tussen mijn benen heb. Dat er voor sommige mensen door mijn vrij mannelijke presentatie ook een penis tussen mijn benen moet hangen en mijn borst plat zou moeten is voor mij niet vanzelfsprekend. Dat bepaalt toch niet je hele (mannelijke) genderidentiteit, dat is belachelijk!
 
Tijdens de maandelijkse bijeenkomst bij Humanitas zoeken de vm-ers (vrouw-naar-man-transseksuelen) contact met de andere vm-ers in de groep. Hun vrouwelijke partners komen dan naar mij toe. Ze zijn dan blij dat ik er ook ben. Ze vragen zelfs dat ik bij hen kom zitten. Ik bezocht ook eens een bijeenkomst van mv-ers (man-naar-vrouw-transseksuelen). Ook daar voelde ik me meteen thuis. Wat ik ook voelde dat er tijdens die bijeenkomst enorm veel vrouwelijke energie in de lucht hing. In de mannengroep gonst het van de mannelijke energie.

Nu helpt mijn spirituele zoektocht me in mijn zoeken naar het gegeven hanteerbaar te maken, er iets mee te doen, in de positieve zin dan. In een stiltekamer die ik voor mezelf gecreëerd heb ben ik daar erg mee bezig. Maar dat is een proces van jaren. Toch merk ik dat er maar weinig mensen die ook met hun zoektocht bezig zijn het op de manier benaderen zoals ik dat doe.

November 2004