18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Gé - Februari 2005

Mijn jasje gaat steeds beter zitten

Gé is een keer om de twee maanden gastmens van Het Jongensuur. Samen met zijn inzet als vrijwilliger voor Stichting T-Image en Het Continuüm maakt het deel uit van haar zoektocht. Hij lijkt wel een kookpot binnenin, maar hij zegt zelf relaxed te zijn. Soms voelt ze zich een beetje afwijkend van de gemiddelde trans. Gé wil haar geslacht op dit ogenblik niet kiezen en doet dat uit overtuiging. “Dat categoriseren tussen man en vrouw gaat tot in het absurde”, zegt hij strak.

De maatschappij is in hokjes verdeeld: je bent man of je bent vrouw. Ik zou dat liever afgeschaft zien. Ik ben een mens en kijk op een bepaalde manier naar de wereld. Natuurlijk vraag ik me soms af waar een bepaald persoon zich op het continuüm bevindt. Die man-vrouw-stereotypering zit er ook bij mij ingebakken, maar het gaat tot in het absurde. In Nederland staat tegenwoordig op je voordeelurenkaart van de spoorwegen of je een mannetje of een vrouwtje bent. Je moet kiezen uit de twee hokjes. Waar slaat dat op? Je krijgt als man toch niet meer korting dan als vrouw. Toen ze twee jaar geleden het fotootje en je naam zonder geslacht afschaften, heb ik - ook uit protest - voor mijnheer gekozen, zonder me overigens te realiseren wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Het is al een paar keer gebeurd dat een conducteur heel goed keek en informeerde waar ik mijnheer had gelaten. Ik zei dan: “Die zit hier”. Ik heb ook eens een conductrice gehad die het moedig vond dat ik in zo’n proces zit. Op dergelijke opmerking zit ik nou ook weer niet te wachten.

Ik heb het gevoel dat de meeste mensen me accepteren en respecteren. Ik verkeer ook wel in redelijk tolerante kringen: mijn werk en de transgender- en queergemeenschap in Amsterdam. Je eigen houding speelt natuurlijk ook mee. Ik ben niet zo’n relnicht. Ik gedraag me zoals ik me voel en doe voor de rest niet al te gek. Ik wil wel op de barricades, maar niet op de eerste rij. Ik ben meer voor het harmoniemodel en begin in mijn eigen omgeving, door te schrijven of er met mensen over te praten...

Ik bekleed niet het hele scala van een jurk tot een driedelig pak met stropdas. Ook wat dat betreft zit ik niet zo zeer in uitersten. Ik heb tot mijn twintigste veel in rokken en jurken gelopen. Nu gebeurt dat niet mee, al is er nog één gelegenheid dat ik het wel doe: als ik bij mijn ouders ben en met mijn moeder naar de kerk ga. Dan loop ik in een rokje omdat dat verwacht wordt. Iedereen kent mij daar, althans denkt mij te kennen, en ik heb geen behoefte om daar de knuppel in het hok te gooien. Het is ook een stukje verbondenheid met mijn verleden. Daarnaast is gender ook maar een onderdeel van je hele identiteit, nietwaar?

Ten opzichte van mijn omgeving heb ik me eerst een tijdje geïdentificeerd als lesbisch omdat ik toen nog niet wist welke identiteiten er allemaal waren en deze benaming het meest leek te passen. Ik heb dit aspect van mezelf trouwens pas aan mijn ouders verteld toen ik al twee jaar een relatie had. Ik durfde het steeds niet te zeggen omdat ik weet dat ze het afkeuren vanuit het geloof en omdat ik in conflict zat met mezelf. Er was veel verdriet bij mijn ouders, maar ze hebben me niet aan de deur gezet. Zo zijn ze trouwens niet. Ik ben er altijd welkom, hoe moeilijk ook. Nadat mijn relatie uitging, ben ik aan de slag gegaan met mijn lichaam. Ik stapte naar het genderteam met mijn wens om een platte borstkas te krijgen. Als je in de diagnosefase zit, moeten je ouders een keer mee voor een gesprek. Dat is min of meer verplicht, ook als je meerderjarig bent. Toen moest ik dus wel zeggen waar ik mee bezig was. Deze coming out was nog moeilijker dan de eerste. Eerst wilden ze niet mee, maar na een tijdje hebben ze het toch gedaan. Mijn moeder wilde namelijk haar zegje doen. Ze heeft van alles gezegd wat ook maar enigszins tegen me kon werken: dat ik een echt meisje was en altijd ben geweest, zo van die dingen. Toch pakte het gunstig uit voor me. De psycholoog zag hoe moeilijk het thuisfront was en gaf goedkeuring voor de borstoperatie. Ik mocht niet bij mijn ouders komen om te herstellen, wat ik best erg vond, maar ook begreep. Mijn moeder zei dat ze niet wist wat ze tegen de mensen moest zeggen. Mijn ouders wonen in een dorp met nog geen 5.000 inwoners. Toch was ze hartstikke benieuwd en bezorgd, want ze belde me elke dag. Tijdens één van die gesprekken zei ze aarzelend dat “ik dus een jongen in een meisjeslichaam was”. Dat heb ik maar zo gelaten. Er is een wederzijds respect. Mijn moeder doet sinds kort haar best om Gé te zeggen. Mijn vader noemt me nog steeds met mijn oude naam. Heel af en toe zeg ik iets tegen mijn moeder over hoe ik mijn gender beleef.

Het is jammer dat er bij het genderteam maar één optie is, namelijk all the way. Ik heb wel het gevoel dat het aan het veranderen is. Ik ben vorig jaar rond deze tijd gestopt met de mannelijke hormonen, omdat ik een time-out wilde. Ik nam trouwens ook een lagere dosering dan voorgeschreven, want anders had ik er nu al veel mannelijker uit gezien en dat zie ik (nog) niet zitten. Als je lang testo gebruikt moet je je binnenboel [baarmoeder en eierstokken] laten wegnemen, wat ik nog niet wil. Het genderteam was daarmee niet echt blij, maar is toch akkoord gegaan Ze willen dat het goed met me gaat. Als ik verplicht zou worden om nu het hele traject af te maken zou ik zeker niet gelukkiger worden. Ik heb gewoon veel tijd nodig om uit te zoeken wat het beste voelt in harmonie met mezelf, mijn familie en geloof.
Mijn voorkeur voor mijnheer of mevrouw hangt af van de situatie: op mijn werk - een heel open minded feministisch gebeuren - zeggen ze zij en mevrouw. Dat vind ik prima omdat het daar voor mij geen item is. Als ik in een omgeving ben waar alles vrij stereotiep is en ik meteen in het hoekje mevrouw word gezet, dan heb ik de neiging om te protesteren. Maar ik ben niet zo heel sterk in een groep omdat ik bang ben dat de hele goegemeente over mij en m’n traject heen gaat rollen. In een één-op-één-situatie zal ik het eerder doen, maar dan vertel ik meteen meer over mezelf.

Toen ik voor het eerst las over transseksualiteit herkende ik wel dingen, maar ik heb nooit de overtuiging gehad dat ik een man ben die in een vrouwenlichaam zit. Ik herkende vooral de onvrede met bepaalde lichamelijke, zogenaamd vrouwelijke, delen. Ik herkende ook de onvrede met bepaald gedrag dat van vrouwen wordt verwacht. Onvrede met meteen in een hokje te worden geduwd.. Maar ik weet niet wat het is om me op en top man te voelen. Ik ben niet gesocialiseerd als man en heb er nooit zo uitgezien. Als ik dan toch een plekje moet kiezen op het gendercontinuüm dan is het enige wat ik kan zeggen dat ik me meer man dan vrouw voel.Als je gaat kijken van vroeger tot nu wandel ik ook meer in de richting van man. Volgens mij zie ik er nu overigens meer uniseks uit dan specifiek mannelijk of vrouwelijk. Het belangrijkste is dat ik steeds meer mezelf durf te zijn.

Mijn jasje gaat in elk geval steeds beter zitten. Op een of andere manier kan ik mijn vrouwelijke kanten meer ruimte geven als ik er mannelijker uitzie. Heel veel transjongens tonen voor de transitie ongelooflijk stereotiep mannelijk gedrag. Ze willen overkomen als jongen ondanks de lichamelijk verpakking. Dat herken ik. Toen mijn borsten wegwaren, kon ik opeens weer wapperen met mijn handen. (lacht...)

Februari 2005