18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Ilse - December 2003

Als je blijft ontkennen, word je ziek

Ilse is een grote vrouw met een forse stem. Ze noemt zichzelf een transseksuele vrouw en steekt daarbij haar verleden niet weg. Ilse was al een paar keer op televisie te zien en sleutelt sinds de zomer van 1999 aan een webstek die bol staat van informatie over genderdysforie, de onvrede tussen geslacht en gender. “Niet wij, maar de maatschappij is genderdysfoor”, zegt Ilse overtuigend. De hamvraag is: Waarom kan de maatschappij transseksuele mensen niet aanvaarden zoals ze zijn?

Ik heb een goede jeugd gehad, maar tijdens mijn puberteit ging het mis. Ik merkte dat ik anders was dan de andere jongens om me heen. De meiden vonden dat ook. Maar niemand kon mij zeggen wàt er anders was. Er ontstond inwendig ongeluk en een stuk eenzaamheid. Vrienden zeiden dat ik somber deed, maar dat daar geen reden voor was. Ik begon te denken dat het mijn schuld was. Het was het begin van de verdringing van mijn werkelijke gevoelens. Ik moest lachen en vrolijk meedoen, maar mijn hart huilde. Jaren kon ik de Wie ben je?-vraag niet beantwoorden. Ik wist wel wat ik deed, had een goede baan, een vrouw, kinderen, vrienden, een huisje en een caravan.

In juli 1999 was ik met vrouw en kinderen op vakantie in Frankrijk. De kinderen waren aan het zwemmen. Ik zag vanuit mijn ligstoel een vrouw in bikini naar het water lopen en langzaam in het water zakken. Plots kreeg ik de gedachte dat ik dat was en zou willen zijn. Ik kon er niets mee en keek mijn vrouw aan. Ik vertelde het haar want snapte er niets van. Terug thuis ging ik naar de bibliotheek. In een boek las ik: “Als je blijft ontkennen, word je ziek”. Maar wat ontkende ik? Die zin bleef in mijn hoofd rondhangen. Toen ben ik op internet gaan zoeken.

Het woord transseksualiteit gaf een hoop informatie waar ik me niet in herkende. Ik zag te veel porno en she-males. Ook travestie leverde hetzelfde materiaal op. Er was totaal geen herkenning, maar in één van de artikeltjes vond ik het woord genderdysforie, wat ik niet kende. Dàt bleek de bron en oorzaak van al mijn ellende. Die ene tiende van seconde stortte mijn wereld in elkaar want ik wist meteen wat de gevolgen zouden zijn: huwelijk weg, carrière weg... Mijn hele leven heb ik mijn liefde gegeven aan mijn werk, vrouw en kinderen. Vrij snel werd duidelijk dat mijn vrouw met een man was getrouwd en niet met een vrouw. Zo zou het dus niet verder kunnen gaan. Ik was wanhopig en in paniek, maar ik kon het niet meer ontkennen. Af en toe heb ik nog spijt dat ik de entertoets heb ingedrukt. (lacht hard...)

Uiteindelijk kwam ik bij een gendertherapeute en nadien het genderteam terecht. Ik wilde eerst zeker zijn van mijn stuk en met beide voeten op de grond staan. Na acht maanden wist ik voor mezelf dat ik gelukkiger zou worden, ik trilde minder en kon de dingen weer aan. Het belangrijkste was dat ik de Wie ben ik?-vraag kon beantwoorden.

Ik omschrijf mezelf als transseksuele vrouw. Ik had een beeld van me en vond dat ik alles moest doen om dat te bevestigen: een vrouwenfiets kopen, make up opdoen, hormonen innemen... Begin 2003 ben ik geopereerd, maar leefde toen al bijna vier jaar als vrouw. Al die tijd deed ik mijn best om vrouw te worden. Ik maakte ook op het werk mijn transitie, want ook daar wilde ik vrouw zijn en als Ilse geaccepteerd worden. Een man die zich vrouw voelt is net zo veel vrouw als een vrouw die zich vrouw voelt.

Na de operatie klopte mijn lichaam met mijn ziel. Maar twee maanden later kwam het besef dat ik toch ondergedoken leefde in de maatschappij. Vier jaar heb ik gewerkt om vrouw te worden. En toch kwam plots de vraag of ik het wel wilde. Ik was geboren als een jongetje met een vrouwelijke identiteit. Dat maakt me een transseksuele vrouw. Het is voor de maatschappij duidelijker als je er open over praat, maar maakt het me niet makkelijker.

Ik woon in the middle of nowhere, maar dat is puur toeval. Door de spanningen in het huwelijk spraken we af om de dingen uit te zoeken, alles op een rijtje te zetten en een tijdje alleen te gaan wonen. In deze zin heeft een woning in het midden van de natuur er niets mee te maken. Het is handig meegenomen, want ik houd van de natuur. Door me in de anonimiteit te storten, zou ik me niet gelukkig gaan voelen, zelfs niet in de stad. Ik ben iemand die gezellige gesprekken wil en mensen observeer. Er is altijd die drang geweest om onder de mensen zijn. Daardoor ben ik over de tongen gegaan. Toch krijg ik in het cafeetje waar ik graag kom de boodschap om me te laten zien en me te tonen dat ik gewoon ben zoals de anderen. Soms is er small talk, soms heb ik er diepgaande gesprekken. Mensen komen zelfs voor me op in het café als ik er niet ben en er kwaad wordt gesproken. Ik word dus in bescherming genomen. Mooier kan niet.

December 2003