18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Ilse - November 2004

Afscheid nemen van een plek die rust brengt

Ilse heeft slecht nieuws. Ze moet binnen enkele maanden uit het huis dat middenin een natuurreservaat staat. Vijf jaar geleden kwam ze er als antikraakwacht wonen. Het is de plek waar ze haar transitie doormaakte. Begin maart 2005 gaat de sloophamer erin. Ilse wordt zo verplicht op zoek te gaan naar een nieuwe woning. Wellicht verhuist ze naar het oosten van het land, want ze wil samen met haar vriendin een pensionstal voor paarden gaan opzetten.
 
Ik heb mijn vriendin drie jaar geleden voor het eerst ontmoet toen ik met vakantie was in Drenthe. Ik leefde al volledig als vrouw, maar voelde me toen nog niet safe op straat. Er was kermis en theater in de stad. Dan wordt er flink veel gedronken. Ik liep het COC [Nederlandse tegenhanger van de Holebifederatie] binnen waar ik aan een aantal jongens vroeg of ze samen met mij als body guards de stad in wilden gaan. Er kwam iemand naast me zitten, ik kijk opzij en... Ik was niet echt op zoek. (lacht...) Het gevoel is niet meer weggegaan.

Als je op zoek bent dan vind je niemand. Zoek je niet, dan loop je er zo tegenaan. Het was in die tijd erg belangrijk voor me om een relatie te vinden, want ik had het gevoel dat ik dan weer helemaal meetelde. Ik had een aantal wanhoopspogingen achter de rug, waarbij ik me helemaal wegcijferde. Ik heb geworsteld met het gegeven heteroseksualiteit en lesbisch zijn. Als lichamelijke man heb ik in deze maatschappij nooit problemen gehad omdat ik voldeed aan de norm. Nadien zat ik met het feit dat ik een vrouw was, die op vrouwen valt, dus in feite lesbisch is geworden. (Ironisch...) Niet iedere lesbische vrouw is gecharmeerd door een transseksuele vrouw. In een heteroseksuele maatschappij speelde ik dus niet meer mee en in de groep waarvan ik het zou moeten hebben, ligt het best moeilijk en lastig. Op een bepaald moment accepteerde ik dat ik voor de rest van mijn leven alleen zou zijn.

Dankzij deze relatie voel ik me weer meer gelijkwaardig en geaccepteerd. Ik ken meiden die je door een ringetje kan halen. Dat is bij mij niet zo. Vorige week werd ik binnen hetzelfde uur bij de benzinepomp als mijnheer aangesproken en bij de parfumerie als mevrouw. Soms zeg ik wel eens dat ik een hormoonziekte heb gehad, te veel mannelijke hormonen tijdens mijn puberteit. Uiteindelijk vragen mensen erom. Toch ben ik terughoudender geworden over hoe het in mekaar zit, maar ik ga het niet uit de weg. Mijn transseksualiteit is een stuk van de band die mijn vriendin en ik met elkaar hebben. Daarbij is er een groot leeftijdsverschil tussen haar en mij. Ik heb een dochter van 20 en als zij zou thuiskomen met iemand van 52, dan zou ik ook vragen: “Ben je wel op de goede weg bezig?”. Ik weet van mezelf dat ik rustig ben en de dingen onder woorden kan brengen. Lastige vragen kan ik best beantwoorden. Ik kan toch ook niet meer bieden dan de persoon die ik ben.

Anderhalf jaar na de operatie blijkt de impact daarvan nog steeds niet weg te zijn. Bijna iedere dag schiet zelfs nog door mijn hoofd: “Wat ben ik blij dat ik geopereerd ben.” Die ingreep is goed geweest voor mij. Ik sta beter in het leven, ben stabieler geworden, mijn zelfvertrouwen is gegroeid, mijn eigenwaarde is gestegen en mijn zelfbeeld is omhoog gegaan. Daardoor sta ik ook bij de mensen - vrienden en vriendinnen, buurvrouw, in de winkel - sterker in de schoenen. Het is meetbaar doordat ik minder raakbaar ben geworden. Mocht iemand anderhalf jaar geleden een opmerking hebben gemaakt, dan zou ik geraakt zijn. Nu drink ik een kop thee en ben ik ermee klaar. Het zijn maar woorden...

Na de operatie komt er nog een proces. Sommige personen doen meer werk voor de operatie en hebben dan nog maar een stukje af te ronden nadien. Andere mensen leven misschien in een droom naar de operatie toe en moeten na de operatie nog datzelfde proces door. Ik onderschrijf dat je tijd nodig hebt. Je moet door een soort puberteitsfase en zaken integreren in je leven.

Een paar jaar geleden dacht ik dat ik me als vrouw mooi moest maken: jurkje dragen, nageltjes mooi, opmaken, oogschaduw... Dat zijn aspecten die ik toen belangrijk vond, maar tegen de tijd dat ik geopereerd was al heel wat minder speelden. Bovendien is het ook zo dat de dingen terugkomen die ik als man ook leuk vond. Ik heb een oude auto en daar sleutel ik weer aan. Zo begint een integratie tussen wie ik voorheen was en de persoon die een heftige ommezwaai heeft gemaakt. Ik maak me alleen nog op als ik echt uitga: naar een verjaardag, de film, het theater...

Een paar mensen fronsen hun wenkbrauwen wel. Zaken worden gekoppeld aan het geslacht, maar dat hoeft helemaal niet. Als ik bij het sleutelen aan mijn oude wagen, vet aan mijn handen heb en iets nodig heb om verder te werken, dan ga ik zo naar de garagist. Vroeger zou ik me helemaal omgekleed hebben. De garagist zei onlangs ironisch: “Nou Ilse, dat is wel echt vrouwelijk hoe je er nu bijloopt.” Vanuit een sterker eigenbeeld en een sterkere eigenwaarde kan het me niet meer schelen hoe de mensen erop reageren. Of ik ga er op een humoristische manier mee om door te zeggen: “Natuurlijk hoort dat niet, maar ik doe het lekker wel.” Voel ik me dan toch niet meer man dan gedacht? Daarop is het antwoord pertinent neen. Te veel mensen denken wat dat betreft nog te stereotiep.

November 2004