18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Jean - September 2003

Eindelijk geland op aarde

Jean staat te wachten in het station. Hij komt met de trein uit Nederland. “Bijna drie uur ben ik onderweg geweest. Toen ik over de grens reed en op Belgisch grondgebied kwam, kreeg ik een vakantiegevoel.” Hij heeft bolle wangen waar ik het liefst zou willen in knijpen. Jean is 46, heeft een lange tijd met zichzelf in de knoop gezeten, maar voelt zich sinds een aantal jaar veel rustiger. “Ik ben heel trots en wil me graag laten zien in de staat van zijn zoals ik nu ben.” Jean houdt wel van een lekker fris pintje Belgisch bier. De chocolade is voor de volgende keer.

Zes weken geleden heb ik mijn borsten laten wegnemen. Het is voor vm-ers de eerste operatie. Ik noem dat graag het reconstrueren van de borstkas. In het ziekenhuis vroeg de man die naast me lag: “Wat heb jij eigenlijk?” Ik stond met mijn mond vol tanden, want in het ziekenhuis wordt normaal gezien enkel over kwaaltjes gepraat. Ik zei nogal fier: “Ik heb een borstkasreconstructie gehad.” Zijn mond viel open en er werd verder niets gezegd. Voor mij is dit een heel belangrijke stap. Ik had vrij grote borsten, dus die waren een enorme hinderpaal. Het is nog wennen, maar het heeft een prettig gevoel. Toen de hechtingen eruit waren, heb ik een boxershort en een hemdje aangetrokken en ben ik gaan zwemmen in zee. Dat mocht dan voor het eerst. Ik dacht toen: “Dit is mijn lichaam”.

Ik heb me nooit thuis gevoeld op deze wereld. Ik voelde me niet lekker in mijn vel en deed de dingen altijd verkeerd. Als meisje was ik te wild, klom in bomen en zo. Mijn moeder vond me veel te energiek. Alles leek altijd fout te gaan. Men deed me geloven dat ik daar altijd de schuld van was. Ik ben negen jaar geboren na mijn zus. Toen zij het huis uitging, was ik nog maar negen. In feite werd ik overbeschermd. Dat zorgde ervoor dat ik in mijn eigen wereldje leefde.

Het woord transseksualiteit is pas vijf jaar geleden boven komen drijven. Dat was het eind van een heel lange lijdensweg, het licht aan het eind van de tunnel. Door de toestanden van vroeger heb ik een minderwaardigheidsgevoel gekregen. Ik reageerde heel verkrampt, voelde me bedreigd, was heel fragiel en kon me persoonlijk maar net handhaven. Nu is dat helemaal anders.

Ik las in de krant eens een artikel over transseksualiteit bij de Noord-Amerikaanse Indianen. Na weken zoeken naar de journaliste die het artikel had geschreven, zeiden ze me op de redactie van de krant dat er net een boek was gepubliceerd van Tim de Jong,  Man of vrouw, min of meer, uitgegeven door de Schorerstichting, het kenniscentrum voor lesbisch- en homospecifieke gezondheidszorg. Dat boek met verhalen over gender en identiteit heeft het gedaan. Ik ben op internet beginnen speuren en artikels en boeken beginnen lezen. Na een tijdje ben ik mee gestopt omdat ik naar mijn eigen verhaal op zoek wilde gaan. Daarna kwam ik ben bij een gendertherapeute terecht. Toen ging het allemaal behoorlijk snel.
Eind jaren ‘70 studeerde ik aan de universiteit en ik wilde een borstverkleining. Ik stoorde me toen al enorm aan mijn borsten. Die operatie is nooit doorgegaan omdat ik een hoop andere problemen kreeg. De hele kwestie van de genderindentiteit kwam niet echt ter sprake. Ik ben in die tijd eens naar een lezing ben geweest van de Nederlandse schrijfster Andreas Burnier [een vrouw die schreef onder een mannelijke pseudoniem] en begon zijn boeken te lezen. Maar toch geraakte ik er niet uit.

Ik ben niet zo’n man die zegt: “Dat vrouw zijn was allemaal maar narigheid, dus dat verleden moet helemaal weg”. Zo werkt dat niet. Het lijkt wel alsof al die ellende die ik heb meegemaakt zinvol is geweest. Ik heb wel de behoefte om binnen een paar jaar naar een andere stad te verhuizen. Ik vind het heel fijn als mensen in de winkel me aanspreken met ‘Mijnheer’. Gelukkig is dat al de hele tijd. Gender gaat natuurlijk niet alleen over zo’n aanspreektitel, maar ook over sociale aspecten, klasse en achtergrond die je je persoonlijkheid geven.

Op een bedrijf waar ik een tijd geleden werkte, regelde ik heel wat praktische zaken. Ik was er officieel de klusjesman. De bazin zei vaak tegen zijn medewerkers over mij: “Kijk, die werkt als een man”. Nu ben ik Jean en ik ben een man. Ik weet dat ik een vrouw was en dat er nog steeds vrouwelijke aspecten aan mij leven. Toch kan ik er absoluut niet tegen dat er iemand tegen mij zegt: “Wat je nu doet is te vrouwelijk!”

De volgende jaren is een open boek. Ik zal me heel prettig gaan voelen als er eindelijk iets in mijn broek zal zitten. Het heeft ook met het plaatje van man zijn te maken. Ik kijk op straat heel veel naar mannen hoe ze zichzelf presenteren. Ik vraag me af: “Waarom kijken sommige mannen naar me en anderen dan weer niet?” Ik snap er niets van. Het grappige is dat ik er in feite steeds minder van begrijp.

Ik kom uit een heel conservatieve familie en viel in alle opzichten uit de boot. Nu heb ik ze een brief geschreven. Gelukkig heb ik een paar leuke reacties gehad. Mijn vader vindt het moeilijk. Hij vraagt zich vooral af wat hij nu tegen andere mensen moet zeggen. Hij heeft me altijd heel erg onderdrukt omdat ik zijn dochter was. Nu zegt hij: “Je bent nu mijn zoon, dus nu moet ik een aantal dingen niet uitleggen”. Plots krijg ik een stuk verantwoordelijkheid van hem die ik als meisje nooit heb gekregen. Dat vind ik in de kern van de zaak het drama. Meisjes worden blijkbaar nog altijd achtergesteld bij jongens.

Ik vind het heel pijnlijk als mensen niet oprecht reageren. Mensen die zeggen: “Hé, ik vind het wel oké hoor”, maar waar je een enorme muur van weerstand voelt. Met die mensen wil ik soms niet praten. Heel veel mensen weten het nu van me en sommige mensen kijken de andere kant op. Die mensen hebben een probleem, ik niet. Als mensen me afwijzen, raakt me meestal niet. Maar het is ook zo dat heel wat mensen van vroeger, waar ik nu een veel beter contact mee heb.

Ik ben veel rustiger geworden. Ik was één brok zenuwen. Ik was nergens op mijn gemak, geen enkel moment van de dag op geen enkel plaats. Ik wilde altijd er niet zijn. Als ik ergens was, wilde ik ergens anders zijn. Nu ben ik geland op deze aarde. Hier hoor ik thuis. Ik laat het nu maar voor een stuk wat het is, ik heb natuurlijk heel veel behoefte aan het doen van mijn eigen dingen. Alles inhalen lukt me uiteraard nooit.

September 2003