18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Johanna - Oktober 2004

Ik ben geen vrouw, omdat ik weet wat een vrouw is

Johanna spreekt Nederlands met een Duitse tongval. Ze bracht het grootste deel van haar leven door in Duitsland en Zwitserland. In 1973 nam ze een erg drastische beslissing in haar leven. “Ik heb de stap van man met een goede baan naar op het toneel als stripster, als vrouw, op één maand gemaakt”, zegt Johanna fier. Nu meer dan 30 jaar later kijkt ze met weemoed terug naar die tijd als ‘Gigi Deloran’. Johanna schetste haar leven gedetailleerd op een eigen webstek en heeft twee boeken over transseksualiteit op haar conto.

Ik ben 67 jaar, leef als vrouw en krijg door een recent boek van me over Europa - ‘Euregio Carolus Magnus - Grenzen in Fluss’ -, af te rekenen met het zogenaamde ‘old boys netwerk’, een uitermate ingenomen groep heren op leeftijd in nette pakken. Ze vragen naar wat ik studeerde en welke referenties ik heb. Elke vreemde eend in de bijt wuiven ze met een handgebaar aan de kant.

In 1973 nam ik ontslag bij een grote Zwitserse firma en een maand later stond ik op de ‘bühne’. Ik ben thuis weggegaan, maar het proces was natuurlijk al veel langer aan de gang. Mijn relatie is eraan kapot gegaan. Ik woonde toen in Bazel. Ik was veel onderweg als ‘sales engineer’. In Düsseldorf kende ik een vrouw, een vroegere danseres, die een winkel had in toneelbenodigdheden en die heeft me bijgebracht wat ik moest kennen en kunnen. Zij leerde me diagonaal over het toneel te lopen, wat achteraf niet echt nodig bleek te zijn, want als je stript moet je min of meer ter plaatse staan en je langzaam en niet al te veel bewegen.

Ik deed gewoon alles uit, beneden ‘alles weggeplakt’ in het vak grappig omschreven als ‘Leukoplastbomber’. Ik had al een beetje borsten door de hormonen die ik al een tijdje nam. Het was in het begin verre van perfect. Ik had de foto van een prachtige vrouw uit een roman op de binnenkant van mijn koffer geplakt. Die zag ik altijd voor me. Ik had als transseksueel ook een ideaalbeeld. De vrouwen die in de jaren ‘70 op het toneel gingen waren ook moedige vrouwen. Toen ik merkte dat ik voor de ‘klandizie’ beter grotere borsten zou moeten hebben, heb ik implantaten laten steken. Ik had - naast een bepaalde uitstraling - een prachtig figuur, dat heb ik me later pas gerealiseerd. Je moet een beetje geluk hebben met de vormen. Ik was van 94 naar 68 kilogram gegaan, mijn streefgewicht als danseres. Ik had toen schoenmaat 38, terwijl anderen ‘boten’ hadden van maat 43 of groter. Ze hadden veelal ook scherpe knieën en velen hadden overduidelijk een adamsappel, maar dat was bij mij niet zo.

Wie zich wilde laten opereren, moest in 1973 naar Casablanca. Op de Reeperbahn in Hamburg werden ze door een dokter allemaal samengebracht om dan naar Marokko te reizen en daar vaak verre van ‘perfect’ onder het mes te gaan. Ik heb twee keer op vertrekken gestaan - een keer in Londen, een keer in Amsterdam - maar ben nooit vertrokken. Ik heb het altijd als een stap te ver gezien. Ik kwam in contact met andere transseksuele danseressen die wel waren geopereerd. Nooit heb ik met hen problemen gehad. In de jaren 70 waren transseksuele strippers dé absolute sensatie. Toch was er één belangrijke regel voor de directies: één transseksueel is een vol huis, twee transseksuelen is een vernield huis...

Mijn artiestennaam was Gigi Deloran. Gigi verwijst naar mijn initialen, namelijk J.J. Ik adoreerde Yves Saint-Laurent, maar er was al een danseres die Saint-Laurent heette, dus heeft de agent er Deloran van gemaakt. Sommige vrienden roepen me nog met Gigi. Ik trad vier keer per avond op.

Het was een adequate verdienste. Ik wilde dat! Nadat mijn eerste contracten waren afgelopen, wilden de agentschappen me wel behouden. Ik heb voor mijn beroep geleefd en was altijd onderweg in periodes van drie à vier maanden in Duitsland, Luxemburg en Zwitserland. Thuis kon ik terugvallen op mijn vriendenkring, waar ik veel waarde aan hechtte, ook aan de ‘echte’ vrouwen in het vak. Het is nooit echt fout gelopen omdat ik de gasten waar ik iets mee ging drinken altijd eerst goed bestudeerde, mijn zesde zintuig gebruikte. Dat ging allemaal goed tot op een bepaald moment in Frankfurt een bekende me op de rug klopte en vroeg wat ik in een striptent deed. Dat was even moeilijk.

Van 1973 tot en met 1985 heb ik op de ‘bühne’ gestaan. Toen ik ophield was ik 46-47 jaar, alhoewel ik er tien jaar jonger uitzag. Ik kon niet meer en vroeg me plots af waar ik mee bezig was. Als ik zelf nu de foto’s zie van vroeger dan vind ik het een beetje ongeloofwaardig. Met teruggaan in de tijd heb ik het niet moeilijk. Je mag niet vergeten dat tijdens mijn eerste optreden al dertig jaar geleden is. Het was de tijd van de seksuele revolutie, waaruit ook de transseksuele danseressen kwamen. Ik herinner me nog begin jaren ‘70 toen in Berlijn en andere grote steden het ene cabaret na het andere ontstond. Er waren toen al wel wat transseksuele vrouwen aan het werk en zo ben ik in feite op de idee gekomen.

Na mijn overstap naar het cabaret heb ik nog een jaartje gewacht, tot na het overlijden van mijn vader in 1974, om ook als Johanna te gaan leven. Achteraf vraag ik me af wat er van me geworden zou zijn als ik altijd naar mijn vader en moeder zou geluisterd hebben. Ze wilden dat ik een belangrijke positie had, getrouwd zou zijn, kinderen zou hebben. Dat was ook zo, maar ik was er heel ongelukkig mee. Ik heb geen contact meer met mijn broer. Hij heeft vroeger tegen me gezegd: “Ik heb een broer en geen zus”. Maar ik vond een nieuwe ‘familie’.

Ik ben geen vrouw, omdat ik weet wat een vrouw is. Ik kom naar buiten over als een vrouw, maar ben het niet. Daarom ben ik erop tegen dat mannen die vrouw zijn geworden zeggen dat ze altijd een vrouw zijn geweest. Het is helemaal niet makkelijk om op 67 nog als vrouw over te komen. Nu draag ik een pruik, maar normaal gezien heb ik een baseballpet op. Als ze dan ‘mijnheer’ tegen me zeggen, vind ik helemaal niet erg. Toen ik nog jong was, trok ik me dat wel aan en deed er alles aan dat mensen er niet achter zouden komen dat ik geen vrouw was. Ik vind tegenwoordig het woord transgender heel mooi omdat die term alles overkoepelt. Ik hou tegenwoordig niet meer zo van het woord transseksueel omdat de nadruk vooral ligt op het seksuele, waarbij naar het man-vrouw-functioneren wordt geappelleerd. Bij transgender staat de sociale transitie meer op de voorgrond.

Ik heb ook kritiek op de manier hoe genderteams te werk gaan. Ik vergelijk het altijd met een glijbaan. Bij een genderteams zit je bovenaan de glijbaan en als je je loslaat moet je helemaal tot het eind gaan. Volgens mij moet je mensen ook de mogelijkheid geven om langs het trapje naar beneden te gaan en te stoppen waar ze willen.

Ik heb heel veel facetten van mezelf naar buiten kunnen brengen die ik niet naar buiten had kunnen brengen mocht ik een man gebleven zijn. Dan had ik misschien meer geld gehad maar ik betwijfel of ik gelukkiger zou zijn geweest. Nu zeg ik duidelijk: ik ben tevreden. En ik ben eigenlijk heel trots op mijn verleden als ‘Schönheitstänzerin’, want ik ben goed en professioneel geweest...!

Oktober 2004