18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Karen - Juli 2004

De perfecte man was een vrouw

Karen – met staartje – en haar partner Muriel – met korter haar – ploffen in de zetel van hun woonkamer. Op de achtergrond massa’s speelgoed van hun twee spruiten. Er staat geen televisie. Karen zegt: “Wij doen alles waar anderen geen tijd voor hebben.” Bijvoorbeeld na haar werk lessen volgen en studeren voor de job die ze heeft in een ziekenhuis. Muriel verontschuldigt zich even op voorhand: “Ik moet me nog erg concentreren om zij, haar en Karen te zeggen…” Maar het lukt best. Ze zijn tien jaar man en vrouw en voelen zich soul mates. Een verrassend gesprek volgt…

Karen: Een sinusoperatie in het ziekenhuis waar ik werk was de aanleiding om het aan te kaarten. Ik zat ermee dat collega’s die in het operatiekwartier werken iets zouden merken van borstontwikkeling en het zouden rondvertellen. Wellicht reageerde ik wat overbezorgd. Samen met de arbeidsgeneeskundige dienst heb ik het bij de directie aangebracht als een medisch probleem met implicaties op de werkvloer. Ik zeg steeds: “Ik lijd aan genderdysforie”. De bedoeling is dat de mensen dan vragen: “Hoe bedoel je?”. De term transseksualiteit gebruik ik nooit, want dan komt bij iedereen het typische beeld van de media in hun hoofd. Vervolgens leg ik uit dat ik een ander gevoel heb bij mezelf dan mijn lichamelijk gegeven, iets wat al voldoende en lang genoeg pijn heeft gedaan zodat ik besloten heb om er iets aan te doen.

Muriel: Karen werd voor haar job in het ziekenhuis geselecteerd ondanks het feit dat er kandidaten waren die wel het vereiste diploma hebben. Ze volgt daarvoor nu een opleiding. We vroegen ons af of het niet beter was te wachten tot deze voltooid was. Maar uiteindelijk kwamen we tot de slotsom dat het niets uitmaakt.

Karen: De directie informeerde naar mijn plannen, vroeg wat ik van hen verwachtte en besloot: “Dit is iets uit je privé-leven, waar we begrip en respect voor moeten hebben. Het verandert niets aan jouw persoon en aan je vakbekwaamheid.” Ik heb geen rechtstreeks contact met patiënten, wat het misschien makkelijker maakt. Daarna ben ik met de artsen en verpleegkundige collega’s gaan praten. De artsen informeerden of ik bepaalde dingen verwachtte. Ik vroeg enkel een aparte kleedkamer om meer op mijn gemak mijn werkkledij aan te kunnen trekken, een praktische verzuchting. Er was een persoon van de verpleging die aangaf: “Het woord genderdysforie… dat ken ik”. Alle reacties waren positief: “Knap dat je dat durft te vertellen”, “Niet evident om het te zeggen”, “Je zal toch niet plots iemand anders worden?”… Mijn rechtstreekse collega nam het zeer tof op.

Muriel: Ik ben ervan overtuigd dat de directie en haar collega’s het bijzonder gewaardeerd hebben dat zij in vertrouwen genomen zijn. Kom met zoiets maar eens naar buiten.

Karen: Bij sommige personen ligt de reactie zo wie zo al vast. Bij anderen zal de manier waarop je het vertelt ervoor zorgen dat ze met het verhaal meegaan of op de rem te gaan staan.

Muriel: Karen heeft het voor het eerst verteld drie jaar geleden. Ik weet het nog precies, op 16 augustus, om tien uur ’s avonds.

Karen: Ik herinner me niet meer de letterlijke woorden, wel de teneur van het gesprek. Ik zei dat ik met problemen zat rond mijn identiteit en voegde er meteen aan toe dat het iets is wat een invloed zou kunnen hebben op onze relatie.

Muriel: Je had het over genderdysforie… Mijn reactie was: “Doe wat je wil, maar ga hier niet weg. Laat mij hier niet alleen achter. We komen hier samen wel door.” Later, op onze huwelijksverjaardag, had ik even de neiging om foto’s te willen verscheuren. Ik wilde niet uit mekaar en wilde graag behouden wat we daarvoor hadden. Ik heb veel zitten wenen…

Karen: Meteen volgde de onzekerheid. Ik zei iets waar ik zelf geen antwoorden voor had. Voor mij was en is mijn gezin heel belangrijk. Een jaar geleden heb ik voor mezelf de beslissing genomen. De psychiater had gezegd: “Op een bepaald moment zal je toch de knoop moeten doorhakken.” Ik had de psychotherapeute van de Genderstichting om erover te praten, maar Muriel niemand, wat erg moeilijk was voor haar.

Muriel: Karen had namelijk aan mij gevraagd om er met niemand over te spreken, ook niet met mijn familie. Het heeft drie maanden geduurd voor we het aan een aantal mensen verteld hebben en ik vond dat zwijgen moeilijk. Ik dacht dat ik het wel begreep, want als kind voelde ik me eerder een jongen dan een meisje. Maar ik ben nooit op de idee gekomen om een operatie te laten uitvoeren. Ik voelde me in ieder geval pas vrouw op het ogenblik dat wij samen waren. In feite verwachtte ik, ik heb zelfs willen eisen, dat Karen het op dezelfde manier zou plaatsen dan ik voor mezelf heb gedaan, namelijk: “Ik heb mijn man zijn opgegeven voor hem. Ik was blij om voor hem een vrouw te zijn. Nu moet hij uit liefde voor mij het deel van man zijn op hem nemen.”

Muriel: Ik leefde met de idee: “Wat kan er ons nog gebeuren. Binnen 25-30 jaar zijn we oma en opa, zien we onze kleinkinderen hier rondlopen.” Plots besef je dat er dingen kunnen gebeuren waar je geen rekening mee houdt. We besloten om ermee door te gaan zolang we ons bij elkaar goed voelen, ook omwille van de kinderen.

Karen: We hebben een dochter (7) en een zoon (6). Zij is erg voor haar leeftijd, hij is eerder wat jong. Onze zoon hebben we het nog niet verteld omdat hij nog geen realistisch idee van de dingen heeft. Ik wil vermijden dat hij in een winkel gaat zeggen: “Mijn papa wil een mama worden..” Onze dochter weet het wel.

Muriel: Zij kwam meteen bij haar knuffelen, maakte tekeningen en schreef erop: “Voor Karen”. Ze vindt het leuk om een geheim te mogen delen, want ze weet dat ze het niet aan haar neefjes en nichtjes mag vertellen… Ze heeft ook tegen me gezegd dat ze gemerkt had dat Karen zachter geworden was.

Karen: Ik herinner me vanuit de puberteit dat ik heel sterk met de idee in mijn hoofd zat van de fascinatie om vrouw te zijn. Ik was ermee bezig, maar tegelijkertijd stootte het mij af door de beelden op televisie van mensen in de marginaliteit en zeer extreme vormen van uiting. De kentering is gekomen toen ik gewone verhalen van vrouwen vond waarin ik mezelf kon terugvinden.

Muriel: Wat mij vroeger al opviel was dat ze iedere documentaire gezien had en boeken las over het verschil tussen man en vrouw. Maar ik had niet de idee dat Karen ook zo was. Hoewel hij zeker geen macho was, vond Ik hem toch mannelijk. Tegelijkertijd hield ik veel van de vrouw in hem. Vroeger definieerde ik mijn vrouw zijn aan hem. Nu is die hij er niet meer, dus vraag ik me af wie ik ben: “Als hij vrouw wordt, wie ben ik dan? Een lesbische vrouw, een vermomde man, een vrouw?” We zijn mekaars beste vriendin… We voelen elkaar zeer goed aan. Ik heb altijd gezegd als ik een boek zou schrijven dat de titel zou zijn: “De perfecte man was een vrouw”.

Karen: Wat het voor mij betekent vrouw te zijn? Daar kan ik niet zomaar een antwoord op geven. Het is een gevoel, een besef. Je zou het kunnen ontleden als associatie met hetzelfde soort gedrag, dezelfde manier van denken en dezelfde manier om mensen en dingen te benaderen, zodat je een duidelijkere affiniteit hebt met dat gender.

Juli 2004