18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Kendra-Lee - November 2004

Mijn kinderen zijn het enige goede uit mijn vroegere man-zijn

Kendra-Lee spreekt me net buiten het station aan. Tot bij haar thuis is het tien minuten stappen in een gemeente waar nauwelijks een paar duizend mensen wonen. Het lijkt me niet makkelijk in een kleine gemeenschap je transitie door te maken. “Het was erop of eronder”, beaamt ze. “De mensen uit het dorp maken er geen probleem van.” Een uurtje kletsen we alleen. Dan komen haar partner Wilma en haar twee dochters thuis. Ze willen met z’n vieren op de foto om aan te tonen dat transseksuele mensen ook best gelukkig leven.
 
Kendra-Lee: Ik had in dit kleine dorp meer oppositie verwacht van de mensen. Maar in de kerkgemeenschap kwamen ze voor me op. Daardoor vond ik na mijn gedwongen ontslag een andere baan. Een kleine gemeenschap beschermt je of keert je de rug toe. Mijn oudste dochter wilde bij het zangkoor, dus moest ik daar ook met mijn billetjes bloot. De pastoor, die me al van mijn 15e kende, zei dat ik hem bekend voorkwam. Voor hem was het geen probleem. “Jij bent ook een kind van God”, zei hij. Ik ben katholiek opgevoed, maar kan me niet neerleggen bij het feit dat God naar voor wordt gebracht als een man. Het scheppende vermogen ligt in de vrouw, hoe kan God dan als man worden voorgesteld?

Ik heb mijn partner echt tot wanhoop en huilen gebracht door er op een gegeven moment snel mee naar buiten te treden. In mijn enthousiasme om eindelijk mezelf te kunnen zijn, ging ik helemaal voorbij aan haar gevoelens.

Wilma: Ik wist in het begin niet waar de mensen het over hadden. Hun vragen kwamen van alle kanten: “Hoe moet het nou met jou? En de kinderen? Gaan jullie uit mekaar?” Daar was ik niet mee bezig. Dat was best een moeilijke tijd en daarom vroeg ik haar het iets rustiger aan te doen, ook vanwege de kinderen.

Kendra-Lee: Ze had volkomen gelijk. Ook mijn dochters waren er trots op. Ze informeerden alle buren. “Mijn papa wordt een mama!”, gingen ze overal zeggen. Dat was best wel slikken. Ik ben volop op de rem gaan staan.

Wilma kende ik van op het werk. Ze kwam altijd koffie bij me drinken. We voelden wel wat voor mekaar en zijn samen hier in het dorp komen wonen. Ik had al een relatie achter de rug. Meteen heb ik Wilma verteld over mijn vrouwelijke gevoelens, maar ik zei niets over mijn transseksualiteit. Dat kwam pas na het overlijden van mijn vader. Als enig kind probeerde ik ten opzichte van hem steeds het beeld van zoon op te houden. Hij wilde dat ik naar de Koninklijke Militaire School zou gaan voor een opleiding als onderofficier, wat ik ook deed. “Daar zouden ze een man van me maken”, zei hij steeds, want hij had wel eens vrouwenkleding en panty’s in mijn kamer gevonden. Mijn vader was conservatief en zei dat in zijn familie zoiets niet voorkwam. In 2002 is hij overleden.

Eigenlijk wist ik al lang dat ik transseksueel ben. Ik was ongeveer twintig toen ik het boek Ik Moniek, een vrouw op één avond uitlas en daarna de hele tijd zat te huilen, want dat waren mijn gevoelens, dat was ik. Maar ik kon er niets mee. Ik zat vast. Ik had mijn werk, mijn familie. Er was die angst om mijn geld en mijn partner te verliezen.

Bij Wilma heeft het ook best wat tijd gekost, want zij nam het beschermende over omdat ze dat mannetje heel langzaam zag veranderen in een vrouw. Ze had bovendien het gevoel dat ze met haar emoties niet meer bij mij terecht kon. Ze was haar warme haven kwijt. Ik ga ten opzichte van de dochters vrij om met mijn lichaam. De oudste kwam bij me staan en zei: “Je gezicht en je bovenlichaam zijn dat van een vrouw, maar daaronder ben je een jongetje.” Toen ze vroeg: “Hoe kan dat nou?”, werd ik ongelukkig, maar ik trachtte het haar uit te leggen: de hormonen, de operatie...

Oudste dochter: Ik vind ze lief. Ik kijk wel eens naar oude foto’s en dan zie je een jongen in plaats van een meisje. Dan schrik ik wel eens en ik ben daarom soms verdrietig. Vroeger hebben mijn vriendinnetjes me gepest. Maar dat is over. Als mensen niet fijn tegen Kendra doen, moet ze gewoon naar de rechter stappen. Ik kan er met een meester op school over praten als het moet.

Kendra-Lee: Wilma heeft me op een bepaald moment met mezelf geconfronteerd. “Je mag alles”, zei ze, “als je dat daar (wijst tussen de benen...) maar laat zitten”. Ik had er me bij neergelegd dat ik als transgender, dus zonder een geslachtsoperatie, door het leven zou moeten gaan. Veertien dagen later zaten we in de sofa naar een film te kijken. Ze zette de televisie af, draaide haar naar me toe en vroeg: “Jij wil de hele weg gaan, niet?” Ik zei meteen: “Ja!” Ik contacteerde niet veel later mijn huisarts die me doorverwees naar het genderteam.

Wilma: Onlangs stonden we samen in de keuken en plots zei ik dat ik haar oude ik wel miste. Toch krijg ik er zoveel moois voor terug. Het is belangrijk dat je dat tegen mekaar kan zeggen. Dat is nu net de kracht van onze relatie. Het heeft geen zin om het te idealiseren.

Kendra-Lee: Een bedrijfsarts maakte ooit de opmerking dat ik met niet-ingedaalde testikels zat. Veel later achterhaalde een andere arts via een scan dat er een onvolgroeide eierstok in mijn buik zat. Dat verklaarde meteen de pijn in mijn bekken, ter hoogte van mijn onderbuik. De arts zei dat ik me geen zorgen moest maken. Ik ben dus ook een stukje interseksueel, maar niet steriel omdat ik de biologische vader ben van mijn twee kinderen. Het enige wat het lange wachten heeft opgeleverd zijn die twee meiden van me.

Wilma: Ze kan het wel vertellen, maar ik kan het niet voelen. Praten is daarom inderdaad belangrijk. Ik probeer me in te leven in haar situatie, maar ik kan me niet voorstellen dat ik een man zou willen worden. Ik zal nooit lesbisch worden, want ik ben het van nature niet. Straks als ze geopereerd is, zullen we kijken hoe het allemaal verdergaat. Ik kan me best voorstellen dat we in de toekomst als vriendinnen samen gaan wonen. We kunnen in ieder geval getrouwd blijven. We hebben trouwens beloofd bij mekaar te blijven. Als gezinnetje begrijpen we het, daar ben ik van overtuigd. Maar er zijn een heleboel relaties in dezelfde situatie die wel stuk lopen.

Kendra-Lee: Soms praten we daar nog steeds de hele nacht over en dan gaat om half zeven die rotwekker weer. (lacht...) Ik ben behoorlijk overtuigd dat mijn seksuele voorkeur uitgaat naar vrouwen. Af en toe krijg ik mannelijke aandacht en dan hou ik even in het midden. Als ze vermoeden dat je transseksueel bent, is het voor sommige mannen slechts een uitdaging en niet gemeend.

November 2004