18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Kenia - April 2004

De kleren maken de vrouw

Kenia zit er thuis nogal wulps bij in een zwart kort leren rokje en met zwarte plateauschoenen. Haar exotische naam kreeg ze van haar vriendin die opgegroeide in Afrika. Ze omschrijft zichzelf niet als travestie omdat ze geen verklede man is. Het woord transseksueel past ook niet bij haar omdat een geslachtsoperatie een stap te ver zou zijn. Kenia is transgender. Ze doet haar verhaal om bij mensen iets los te weken. Dit is voor Kenia dé manier om haarzelf te kunnen zijn.
 
Laat me in rok rondlopen als ik me daar goed bij voel, want dat betekent voor mij mezelf zijn. Ik doe daar niemand kwaad mee. Op dit ogenblik speelt kledij de hoofdrol, niet het geslacht. Zoals ik nu hier zit, voel ik me meer relax. Maatschappelijk is het nog erg verborgen. Ik wil niet dat mijn ouders, broer of (stiller…) kinderen het te weten komen. Die deur houd ik gesloten. Mijn kinderen zijn 13 en 15 jaar, een moeilijke leeftijd. Als ik ze het nu vertel dan zullen ze wellicht zeggen: “Mijn papa is er eentje van die soort…”, omdat ze negatief staan ten opzichte van homoseksualiteit, terwijl het er helemaal niets mee te maken heeft. De rest van de wereld kan me niet schelen al zal ik niet de eerste zijn om het te gaan zeggen tegen mensen die me kennen. De vragen “Wat zullen ze denken?” en “Zullen ze me nog aanvaarden?” spelen toch wel.

Ik herinner me vaag dat ik als kind af en toe als meisje werd aangesproken. Ik begon stiekem te neuzen in de kleren van mijn moeder. Tussen mijn 8 en 12 had ik meer vriendinnen dan vrienden. Ik stond op straat te hinkelen met de meisjes. Mijn ouders zeiden dat ik met de jongens moest gaan spelen. Mijn moeder heeft me ooit bijna betrapt. Ze kwam vroeger thuis dan verwacht maar ik had de deur op slot gedaan. Ik stond daar met haar kleren aan. Ik was 14 en vond een zak met oude kleren, ook voor vrouwen. Die trok ik aan en ging dan op mijn eentje in het bos spelen. Ik stopte de zak onder de grond en ging hem de volgende dag weer opgraven. Zoiets kan je niet kan delen met je vriendjes.

Op een avond was ik met mijn ouders naar Panorama aan het kijken. Het ging over homoseksualiteit. Ik schrok en dacht dat het dat was, omdat ik het vermoeden had verliefd te kunnen worden op een jongen. Ik voelde me goed met een kleedje aan, dus dacht ik dat ik een homo was. Later werd ik verliefd op een meisje. Ik ging alleen wonen, trouwde en kreeg kinderen. Jaren werd het stil en plots kwam die drang weer op.

Ik heb al een paar keer al mijn spullen weg willen doen, maar dat ging niet. Vroeger dacht ik vaak: “Doe nu eens normaal, want je bent een man, hebt een vrouw, kinderen en een mooie job...”, maar ik begon het steeds meer in het geheim te doen en bouwde mijn geheime valies uit. ‘s Nachts ging ik de straat op om mezelf te kunnen zijn. Later vertelde ik het mijn vrouw. Ze zei dat ze het aanvaardde, maar meende het niet. Mocht ze het te veel vinden, dan moest ze het zeggen. Als ze schaamtegevoel zou voelen tegenover haar kennissenkring, dan zou ik het beperken. Stoppen zou betekenen: mezelf ontkennen. Later zijn we om andere redenen gescheiden.

Ik wilde geen tweede keer een relatie waarin ik niet mezelf kon zijn en stiekem de straat op zou moeten. Tegen mijn huidige vriendin zei ik dat ik ben zoals vele andere mannen, maar dat ik af en toe de behoefte had me als vrouw te kleden. Ze vroeg om te tonen wie ik ben als vrouw en ik ben toen mezelf meer gaan omkleden. Voor de eerste keer naar beneden komen was spannend omdat ik niet wist hoe ze zou reageren. Ze zei dat het raar was om me zo te zien. Dat is nu twee jaar geleden. Ze accepteert het. Ik hoef nu ‘s nachts niet meer de straat op. Het leven is geven en nemen. Nu haal ik mijn spullen gewoon uit de kast. Om overdag naar buiten te komen heb ik nog geen evenwicht gevonden omdat ik het gevoel heb dat iedereen me nastaart, maar dat is ook wel iets dat je je voor een stuk inbeeldt.

Mocht er een pilletje bestaan om meteen vrouw te worden, dan weet ik niet of ik het zal innemen, omdat ik niet weet om het is om vrouw te zijn. Ik denk nu van niet omdat ik ook geen behoefte heb om vrouw te zijn. Ik heb niet de drang om als vrouw te gaan leven, dus ben ik geen transseksueel. Maar ik wil af en toe vrouwelijk zijn. Ik omschrijf mezelf als transgender, omdat ik geen definitieve omkeer van geslacht wil. Mijn uiterlijk, het beeld dus, is belangrijk. Als mensen me zien, wil ik dat ze me benoemen als vrouw en niet als verklede man. Ik zit na te denken hoe een vrouw daarover zal nadenken. Innerlijk ben ik eerder neutraal. Uiteraard betekent vrouw zijn a-priori niet dat je graag gaat shoppen en dat je je niet interesseert in voetbal. Ik ken vrouwen die niet graag winkelen en houden van voetballen. Het is jammer dat de wereld zo stereotiep denkt.

Als ik nu ga shoppen moet ik me dwingen om naar mannenkledij te kijken. Als mijn vriendin zegt dat ik een nieuwe broek nodig heb, zeg ik meteen dat het niet zo is. Maar rokjes kopen vind ik wel leuk. Ook dat is een mysterie… Ik ben gestopt me af te vragen “Waarom...?” Ik ga als Kenia niet plots beginnen strijken, dweilen en stofzuigen. En moet het gras ongemaaid blijven omdat er geen man in huis is? Ik help anders ook in het huishouden.
Als ik naar een trans-feestje ga, waar 100-200 mensen zijn zoals ik en je krijgt van andere mensen bevestiging, dan komt het wel goed. Het feit dat je merkt dat je niet alleen bent, doet goed. Het zou leuk zijn, mochten we gewoon een café kunnen binnenstappen. Maar daar zijn we nog lang niet, denk ik. Ga naar een gewoon café, waar twee macho’s met hun vriendin zitten en ze hebben meteen hun slachtoffer gevonden om hun stoer zijn te bewijzen.

Bij veel transgendere mensen gaat de man-vrouw-slinger nog steeds van het ene uiterste naar het andere, zeker als je niet als vrouw kan gaan werken omdat je een man bent. Overdag speel ik de rol van man. ‘s Avonds tracht ik extra vrouwelijk te zijn. Toch verscheen ik al anders op het werk:  mijn nagels waren langer en mijn haar liet ik rustig aan groeien... tot er opmerkingen kwamen en ik tegen mezelf “STOP” moest zeggen. Mijn haar en nagels werden weer korter. Het laatste wat ik wil is mijn job verliezen, want het is een goede job. Ik werk er al zes jaar. Maar zal ik met langere haar plots mijn werk niet goed meer doen? Er is wel een antidiscriminatiewet, maar als je die oprakelt, dan zoeken ze wel een andere reden om je niet te houden. Het is jammer dat mensen zo denken. Als je een goedaardige man bent en je wil een rok aantrekken en je wat opmaken, heb je dan plotseling een ander karakter en instelling?

April 2004