18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Melina - Oktober 2003

Als man werken, als vrouw genieten van het leven

Melina heeft zich tiptop opgemaakt om later op de avond uit te gaan. Dat doet ze op plaatsen waar ze vrouw kan zijn. Net voor ze vertrekt lakt ze haar superlange nagels nog. Toen ze aan de universiteit studeerde was ze ‘travestiet’. Met de jaren is dit geëvolueerd naar ‘transgender’. Het werk, dat ze kost wat kost wil behouden, remt haar transitie af. Maar ze heeft haar job echt nodig, want Melina is in haar vrouw-zijn wat je zou kunnen noemen ‘perfectionistisch’.

Op een bepaald moment tijdens mijn puberteit had ik de behoefte om vrouwenkleren aan te doen. Mijn zus is twee jaar jonger en ik snuffelde ‘s nachts bij haar in de kast. In het toilet deed ik dan haar kleren aan en voelde me daar ‘gewoon’ goed bij. Overdag had ik weinig mogelijkheden want mijn moeder was altijd thuis. Als er dan toch niemand thuis was dan ging ik met bonzend hart naar de kast van mijn zus. Ik wist precies alles hangen.

Vanaf mijn 18e had ik meer ‘vrijheid’ op de universiteit. Ik bespaarde op mijn dagelijkse uitgaven om andere ‘spulletjes’ te kunnen kopen, zoals panty’s en vrouwenschoenen. De kleren kocht ik via postorderbedrijven. In de stad schafte ik ook mijn eerste pruik aan, nadat ik tientallen keren voorbij de etalage was gelopen. Het gebeurde wel eens dat ik tijdens de week naar mijn moeder ging en tijdens het weekend op kot bleef, alles afsloot om er als vrouw rond te lopen. Het opgesloten zitten was ik op een bepaald moment zo beu, dat ik tijdens een donkere winteravond met die kleren aan en ‘primitief’ opgemaakt naar de supermarkt ging. Dat was mijn eerste ‘buitenervaring’.

Aan de universiteit kwam er een holebi-werking. Op hun fuiven liepen er gebruikelijk travestieten rond. Ik maakte me op, maar deed het af als een weddingschap. Er voor uitkomen durfde ik niet. Ik zei dat het kleren waren van mijn zus, want ze wisten dat ik een net iets jongere zus had. Op die fuif ben ik als laatste buitengegaan. Aan de universiteit waren er wel een paar mensen aan wie ik het verteld had, maar dat was niet altijd met positieve gevolgen. Ik had een vaste vriendin. Toen we afstudeerden en de stap wilden zetten om samen gaan te wonen het ik gezegd dat de vrouwenkleren in mijn kamer niet die van mijn zus maar van mij waren. Ze gaf de voorkeur om iemand anders te zoeken. Ze is wel gaan roddelen over mijn ‘probleem’.

Na de studies gingen we met vier mensen in een huis wonen. Iedereen had er zijn kamer en ook daar sloot ik me tijdens het weekend op. De anderen begrepen niet waarom het voor mij onmogelijk was om met hen samen te leven. Wat je beleeft is vooral eenzaamheid, door de angst om het te vertellen aan mensen. ‘s Avonds ging ik wel eens buiten. Veel mensen kwam ik niet tegen. Soms was er getoeter vanuit een auto want ik had nogal korte rokjes aan. Het was alsof ik een kleine kat was die telkens haar territorium uitbreidde.

Nadat ik vast werk had en goed verdiende, ging ik alleen wonen. Vanaf dan is het snel gegaan, want ik moest met niemand nog rekening houden. Ik kocht ontzettend veel spullen. Ik probeerde voor mezelf een perfecte vrouw te zijn. Als ik buiten zou gaan dan wilde ik ‘passabel zijn’, wilde ik dat mensen me zagen als vrouw. Ik zat uren voor de spiegel om ‘het’ er steeds beter uit te laten zien. Ik heb bijna 18 jaar voor de spiegel gestaan. Op mijn dertigste ging ik echt ‘buiten’. Om veilig te zitten, maakte ik ritjes met mijn wagen. Ik keek goed naar de reacties van andere mensen. Zes maanden heb ik dat gedaan. Eén keer ben ik wel met knikkende knieën tijdens een travestieavond in een club binnengestapt. Ik schrok, want daar liepen ‘gewoon’ mannen rond in lingerie.

Via internet leerde ik andere mensen kennen. Ik sprak af om samen uit te gaan. Toen ging de wereld pas echt open, het was als een bevrijding. Begin 2001 was dat. Ik had een veroordeling verwacht omdat ik nog steeds met dat beeld zat dat het fout en niet normaal is wat ik deed. Ik kreeg heel wat positieve reacties, ook van vrouwen. Bovendien zag ik travestieten en transseksuelen die zich amuseerden. Dat was een hele openbaring. Na een tijdje ging ik er alleen naartoe omdat mijn zelfvertrouwen gegroeid was. Ik besefte dat ik niet alleen op de wereld was en het niet fout was wat ik deed.

Ik heb niet het gevoel dat ik als vrouw zwak sta. Als ik uitga dan ben ik de koningin. Dan draait het om mij. Iedereen jaagt op mij. Ik zie mannen twijfelend naar mij komen, net zoals ik als man twijfelend naar vrouwen zou gaan. Het seksuele heeft bij mij nooit gespeeld. Ik heb geen ervaring met een man. Ik heb één keer een afspraak gemaakt, maar ben terug weggegaan. De behoefte was er niet. Ik tracht me zo mooi mogelijk te maken. Als ik nu in de spiegel kijk, dan ben ik tevreden. Op een paar jaar tijd ging ik van maat 42 naar 38, een maat die je moet hebben om er goed uit te zien. Ik eet nog één keer per dag en ‘train’ elk weekend 200 kilometer op de fiets. Ik was een chipsfanaat, maar eet dat uiteraard niet meer. Ik ga fietsen als man, want het is de man die het werk doet.

Aan Melina geef ik maandelijks 1.000 tot 1.500 euro uit. Op anderhalf jaar tijd kocht ik massa’s kleren, meer dan 2 kleerkasten vol. Mijn mannenkleerkast is nauwelijks een halve kleerkast. Ik begon ook met laserontharing. Ik moet nog één keer gaan voor mijn zwarte haren. Mijn hele lichaam moet worden onthaard. Ik mag niet klagen, want ik heb een goede job. Twee dagen per week werk ik thuis. In de sector waar ik werk, zit iedereen verspreid over heel de wereld. Mijn manager zie ik een paar keer per jaar.

Mijn nagels zijn erg lang, toch ga ik ermee werken. De mannen zien dat niet. Ik heb van hen nog geen enkele opmerking gekregen. De secretaresse heeft al wel eens iets gezegd, maar ik doe het af als een bevlieging. Ze denken wellicht dat ik homoseksueel ben, maar dat deert mij niet. Thuis loop ik altijd rond in ballerina’s of vrouwenschoenen. Een pruik hoort er dan ook bij. Hoe ik aan mijn PC zit gaat hen niet aan. Mijn werk verliezen kan ik me niet permitteren.

Mijn vrouw-zijn weerspiegelt zich in mijn beeld. Of ik me vrouw voel, daar kan ik moeilijk op antwoorden. Ik voel me goed als ik iets vrouwelijks aantrek. Bij mannenkledij blijf ik nooit stilstaan, bij vrouwenkleren wel. Ik voel voldoening als ik vrouwenkleren koop. Mannenkleren kopen is louter praktisch.

Op dit ogenblik heb ik een stabiel punt gevonden. Ik ga werken als man, maar probeer voor het overige zoveel mogelijk als vrouw door het leven te gaan. De man gaat werken om het geld te verdienen en de vrouw gaat uit en profiteert van het leven. Voor de maatschappij ben ik de universitair die het al gemaakt heeft. Als vrouw probeer ik dat ook. Als man kan ik heel hard zijn, als vrouw ben ik heel lief.

Mijn zussen en moeder weten het, mijn broer niet. Mijn jongste zus wist het van toen we op ‘kot’ zaten. Ze had veel homoseksuele vrienden en zei dat ze wel eens uitgingen als vrouw. Toen heb ik het haar gezegd dat ik ‘travestiet’ was. Mijn moeder heb ik het vorig jaar verteld van oud op nieuw met foto’s erbij. Haar commentaar was “’t Is mooi...”, maar ze geloofde niet dat ik het was. Mijn oudere zus vond het absoluut niet kunnen “want ge zijt ne man!”

Oktober 2003