18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Mireille - Juni 2003

Door een bloemetjesrok ging de wereld open

Mireille zit kortgerokt in een driezit, aan de kant van het raam. Haar witte benen kunnen nog een kleurtje gebruiken, al heeft de zon al haar best gedaan. Haar ouders zijn vroeger hard geweest voor hun oudste zoon. “Ik heb nooit honger en dorst geleden, maar mijn ouders waren erg streng, vooral mijn vader”, oppert Mireille. “Ik heb de bijnaam dat ik de bitch ben. De maatschappij maakt mij zo. Aan de ander kant kan ik heel begrijpend en meelevend zijn”. Ze is vast van plan de wereld en de mannen te veroveren.

Toen ik zes jaar was kreeg ik mijn eigen slaapkamer. Ik heb twee jongere broers. We waren net verhuisd. Ik leefde zeer alleen. Mijn moeder had enorm veel kleren. Een van haar klerenkasten stond in mijn kamer. Ik moet 7 of 8 geweest zijn toen ik haar kleren begon te passen. Ik zat boven in de verste slaapkamer. Er was een hele lange gang, dus het duurde een tijdje vooraleer iemand mijn kamer bereikte. Ik hoorde iedereen aankomen. Dat verkleden was een spel, om te proberen. Nadien hing ik alles netjes terug omdat ik weet dat mijn ouders heel stipt zijn en er achteraf slagen zouden volgen. Dat is heel jong begonnen en ik kleedde me meer en meer zo. Na een tijdje deed ik de kamer op slot om meer te kunnen proberen. Tot mijn vader de deur eens geforceerd heeft en ze niet meer op slot kon. Toen moest ik weer meer op mijn hoede zijn.

Ik kwam in het college terecht. Het was er streng katholiek. Ik wist nog niet veel van de wereld en had nog geen flauw idee van mijn seksuele oriëntering. Iedereen had een lief, maar bij mij lukte het niet. Ik paste nergens in. Er scheelde iets. Ik studeer af, maar ik had nog altijd geen lief. Terwijl mijn broer al verkering had. Mijn vader zei dan nogal kleinerend: “Is dat wel normaal, ge kunt geen vrouwen krijgen...” Van hem en mijn moeder heb ik nooit liefde gekregen. Ik zei tegen mezelf: “Dan ben ik een janet”.

Met een vriend waarmee ik afstudeerde, ging ik alle weekends uit. Van zaterdagnamiddag tot maandagochtend. Toen heb ik iemand leren kennen. Het was een echte slons. Ze had een lichtgroene bloemetjesrok aan en die deed het mij. Wat erin zat interesseerde mij niet. Ze was 12 jaar ouder dan ik. Ik was een jonge snotter. Ik had geld op mijn bank staan. We trokken ons van de wereld niets aan. Zij wilde trouwen, maar ik niet... Maar oké, dan trouwde ik maar omdat zij dat wilde. Meteen zat ik in haar klerenkast. Meteen ging ik op zoek naar die bloemetjesrok. Ik was daar gek van. Ze heeft het nooit geweten.

Ik kwam weer even alleen te staan, waardoor die oude gevoelens opnieuw naar boven borrelden. Ik begon alle homobars af te schuimen. Vriendjes maken... maar als puntje bij paaltje kwam daagde ik niet op. Toen kwam Charlotte. Ze was nog ouder dan mijn vader. Die vrouw heeft me veel etiquette bijgebracht. Ze had ook schone kleren. Dus als ze weg was, stond ik voor haar klerenkast.

Via een artikel over transseksualiteit ben ik bij de Genderstichting gaan aankloppen. Ik kreeg informatie en brochures mee. Terug onderweg naar huis heb ik er zitten in lezen, maar in een angstreflex heb ik alles gewoon langs de autostrade weggegooid. Het kon niet en het mocht niet.

In het stempellokaal leerde ik Aïsha kennen. In de rij van de mannen stond een paar plaatsen voor me iemand als vrouw gekleed en opgemaakt. En dat deed mij iets. Ik sprak haar buiten aan. We zijn toen samen iets gaan drinken en een weekje bij elkaar geweest. Aïsha boeide me, want zij deed iets wat ik niet durfde: naar buiten komen als vrouw. Ze wilde een seksuele relatie, maar dat was het ook niet voor mij. Bij mij zat het veel dieper. Ik ben toen verder beginnen zoeken tot wat er nu is uitgekomen.

Voor de operatie heb ik een kaartje gemaakt. De tijd vlak voor mijn operatie heb ik een heel zwaar moment gehad. Een moment van twijfel, wat bij velen voorkomt. Bij de meesten komt het wel goed. Enkele weken voor de operatie moet je stoppen met hormonen. Ik ben dat enorm gewaar geworden. De man in me begon te revolteren. Die bastaard was daar terug. Ik heb daar enorm moeten tegen vechten. En op de operatietafel dacht ik: “Nu sterft hij”.

Ik had niet dat obsessieve gevoelen dat dat ding eraf moest. Je kan het ook anders bekijken. We hebben nu een vagina, schaamlippen, een diepte, een clitoris, maar van wat is het gemaakt? Een penis... De puzzel is enkel anders gelegd. Je hebt het ding nodig. Er zijn geen wisselstukken op dat gebied. Je hebt het ding niet meer, maar nog wel de stukjes ervan.

Ik denk dat ik mijn hel al gehad heb, omdat ik zo lang in een hel gewoond heb. En plots zie je dan een paradijs. Door heel mijn proces heen heb ik zwaar leren relativeren. Ik ben enorm verbitterd door het leven. Dat heeft me zo hard gemaakt. Ik ben zacht als ik wil. Ik ben wie ik ben. Wil je me aanvaarden, dan is het goed. Wil je me niet aanvaarden, draai je dan maar om. Zo ben ik ingesteld. Ik ben een heel stuk teruggekeerd van mijn ideaal. Als iedereen naar links gaat, ga ik liever even naar rechts lopen. “Wat is geluk?”. Ik zeg soms: “Het leven is keihard, moeilijk en pijnlijk”.

Ik kan maar moeizaam overweg met mensen die respect hebben voor wat ik doormaakte. Ik ben geen mens die bevestigingen vraagt. En zeggen “Ik heb respect voor jou”, is dat ergens een bevestiging voor hetgeen ik doorworsteld heb? Ik vraag dat ze ons ook gewoon zien als mens. Of we nu homo, hermafrodiet, transseksueel, invalide, melaatse of HIV-positief zijn. Ik noem maar op... We zijn toch allemaal gewoon mensen. Aanvaard ons zoals we zijn. Ga toch gewoon met mekaar om zonder vooroordelen te hebben. Vooroordelen maken alles kapot. Dat brengen politici mee. Ook onze ouders, maar zij kunnen er ook niet aan doen, want zij hebben het ook meegekregen van hun ouders. Schaf die vooroordelen af. Dat zou het mooiste zijn in de maatschappij.

Juni 2003