18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Bastiaan - November 2004

Genderidentiteit in vraag te stellen, maar niet op een eilandje

Bastiaan toont tijdens de eerste Nederlandse Transgender conferentie (T3) begin november 2004 in Amsterdam zijn interesse voor Planet Gender. Een week later druk ik met ontbijtkoeken in de hand op de deurbel. Op een zolderverdieping doet Bastiaan een stuk van zijn levensverhaal. Wat mij betreft is hij een jongen, alhoewel hij dat graag in het midden laat. “Soms ‘meneren’, soms ‘mevrouwen’ mensen me.” Het stoort hem niet. Op het werk is profilering noodzakelijk. Bastiaan: “Daar gaat het als maatschappelijk werker niet om wie ik ben, maar wel waar anderen mee zitten.”

Ik kwam in 1995 voor het eerst met de term ‘transgender’ in aanraking, maar had toen al een hele zoektocht rond gender en identiteit achter de rug. Tijdens een lezing hoorde ik over een transgender filmfestival in Amsterdam. Gedurende die filmdagen ontstond spontaan een gezelschap die paste in mijn eigen zoektocht en de vraag in welke omgeving ik de ruimte had om mezelf te benoemen. Je kan er niet bij iedereen zomaar mee komen aanlopen. Dus organiseerde ik met anderen wat omdat er gewoon heel weinig was. Daaruit is op een organische manier ‘n00dles’ ontstaan, een kleine groep zonder grote pretenties. Het is veel meer dan een engagement, het is een bewuste keuze. Ik heb voor mezelf de ruimte gecreëerd om met die diversiteit in mezelf wat te doen. Dat voelt erg goed aan.

Maandelijks is er n00dles-café, voor mensen die zich niet in een ‘genderhokje’ willen laten vangen. Door onze contacten met mensen vanuit T&T is n00dles gemixed met travestie en ook wel mensen die zich benoemen als transseksueel. Wij trachten het heel laagdrempelig te houden. Naast de genderdiversiteit wil ik ook een culturele diversiteit nastreven. Op de n00dles-uitnodiging staat steeds: “Neem mensen mee die het leuk lijkt om te komen”. Zo krijg je mensen bij elkaar die het ‘transgender-zijn’ een gezicht geven, elkaar vinden om nieuwe initiatieven te ontwikkelen en simpelweg bij elkaar willen zijn.

Hoe ik mijn eigen genderidentiteit omschrijf, dat is een lastige vraag... (aarzelt) Ik gebruik zelf vaak de term transgender, vanuit de idee dat gender losstaat van de specifieke identiteit man of vrouw. Ik heb het wel eens over bepaalde mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Soms gebruik ik de term genderqueer maar dat is een Engelse term natuurlijk. Ik zou er heel graag meer Nederlandse taal voor ontwikkelen.

Grappig is dat kinderen zich vaak afvragen “Ben jij een man of een vrouw?” Daar moet je dan toch wel een antwoord op geven. (denkt na) Mijn wens is om het absoluut niet te sturen en dan zeg ik soms: “Ik weet het niet”, “Misschien kan het allebei”... Ook de buitenwereld zegt zowel mijnheer als mevrouw, wat ik best leuk vind... (lacht uitbundig) Op het werk ben ik officieel “man”. Ik word aan de telefoon vaak aangesproken als mevrouw, wat dan weer zorgt voor verwarring, excuses en andere vragen. De collega’s die ik regelmatig zie weten het, maar ben er niet zo open en onderzoekend als in mijn privé-leven.

Ik kijk niet met spijt naar het verleden, maar focus me op de positieve ontwikkelingen en momenten. Het is best lastig om naar mezelf te kijken als tien- of vijftienjarige. Het is alsof dat een andere persoon was. Er is inderdaad veel gebeurd maar stond daar nooit bij stil. Ik kan me voorstellen dat mensen na hun transitie niet meer met het verleden willen te maken hebben. Ik heb geen spijt van dingen, stel me wel vragen over het verloop van bepaalde beslissingen. Ik was 19 toen ik een documentaire zag die me erg aansprak. Op mijn twintigste zat ik bij de psycholoog van het Amsterdams genderteam. Na anderhalf jaar praten en twee operaties, zei ik dat ik voor verdere operaties aan genitaliën niets voelde. Ik wilde eerst opnieuw socialiseren en even uit het klinische proces stappen. Op medisch vlak is het daarbij ook gebleven. Ze hebben wel geprobeerd met me te praten om me verder naar man om te vormen, maar ze hebben niet geprobeerd me te overhalen.

Later realiseerde ik me dat die intuïtieve reactie heel goed is geweest. Er is in het medisch traject voorafgaand aan de hormoonbehandeling en operatie nooit actief gesproken over een brede benadering van de term transseksueel. Ik kon me niet identificeren met mijn vrouw-zijn, maar ook niet met het man-zijn. Nog steeds niet trouwens. Het is niet makkelijk om je sterk genoeg te voelen die ‘switch’ te maken, wat het genderteam ‘real life test’ noemt. Ga maar eens een baan krijgen en aanhouden als je het proces doormaakt.

Dat het genderteam zich richt op het medische proces - de lichaamsverandering, dé persoon - is goed, maar er spelen nog zoveel andere elementen. Vanuit mijn werk weet ik dat veranderingen invloed hebben op partner, kinderen, familie, vrienden, leefomgeving... Maar buitenom de genderkliniek zou een andere organisatie moeten bestaan die aandacht besteedt aan het sociale leven, werk en het maatschappelijke, kortom een organisatie waar ruimte is voor een eigen zoektocht. De grote vraag is of het een combinatie van bestaande organisaties moet zijn. En zo ja, waar?

Na de eerste Transgender conferentie (T3) heb ik voor mezelf mee naar huis genomen dat je een duidelijke scheiding moet maken. Enerzijds het medische en het klinische waar we vragen kunnen over stellen en kritisch over kunnen zijn. Anderzijds het sociaalmenselijke aspect dat misschien kan worden ondersteund door maatschappelijk werkers, kunstenaars, sporters enz... Daar moeten we eens over nadenken. Voor alles wat onder de paraplu transgender behoort, bestaat geen vaste sociale plek om mekaar te ontmoeten. Ik pleit wel voor een open ontmoetingsplaats naast de meer gesloten gegevens zoals die onder andere bestaan bij Humanitas en Het Jongensuur.

Mijn vrienden heb ik voornamelijk binnen de transgender-groep. De familie is meegegaan in het proces toen ik het nog transseksualiteit noemde. Dat gebeurde niet vanzelf. Ze accepteerden het in stapjes, want ze hadden ook tijd nodig. Het resultaat was een mannelijke voornaam. En zij werd hij. Mijn familiecontacten zijn niet heel erg intensief. Over mijn huidige zoektocht, het opnieuw vinden van mijn balans met ‘het vrouwelijke’, weet mijn familie niet veel.

Je gender speelt een énorm belang in de samenleving. Vanuit mijn persoonlijke ontwikkeling vind ik het moeilijk dat de maatschappij duidelijkheid wil. Het zou heel fijn zijn mocht die veel minder uitgaan van de tweedeling man/vrouw. Ik wil die keuze niet maken, maar eraan werken dat wat ik heb meegemaakt, meemaak, en nog zal meemaken, een stuk te laten zijn van het hele vraagstuk over genderidentiteit. De term transgender is voor mij een ‘label’ waarin een hoop variatie kan bestaan.

Mensen zijn vaak op zoek, maar doen dat binnen bepaalde grenzen met een zekere veiligheid, want onveiligheid maakt mensen angstig. De zoektocht naar je lichaamsidentiteit is van een andere orde. Dat gegeven is 24 uur per dag aanwezig, maar sluimert vaak op de achtergrond, bijvoorbeeld tijdens het werk. Heel wat mensen identificeren zichzelf met man- of vrouw-zijn, maar staan daar nooit bij stil, omdat het de hele maatschappij bepaalt. Ik verhoud me (gedwongen) tot deze beperkte tweedeling en constateer dat ik me er niet in herken. Mijn transitie is een zoektocht naar een grotere variatie op deze tweedeling. Daardoor kom ik op een bepaald plekje uit, dat ik dan wil inrichten als mijn leven. Het is een keuze die zowel ikzelf als andere mensen moeten respecteren. Ik zou niet graag hebben dat je je lichaamsidentiteit enkel in vraag kan stellen op een eilandje. Dat zou erg vervelend zijn. We zijn allemaal deel van het werkelijk gevarieerde leven op deze wereld. Het is jammer dat transgender nog zoveel mensen angstig en onzeker maakt waardoor er vaak respectloos en afwijzend wordt gereageerd. We kunnen nog zoveel ‘lol’ hebben samen.

November 2004