18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Nancy - Juli/Augustus 2003

Borstprothesen als een daad van zelfbehoud

Een welgemeende ontvangst door twee vrouwen bij hen thuis in een zon- en groenovergoten rustige buurt. Nancy ziet er piekfijn uit, tot in de puntjes opgemaakt. Net zoals Evelien, haar partner. Al meer dan twintig jaar zijn ze gelukkig getrouwd en dat blijft zo nog wel een hele tijd. Nancy: “Ik denk niet in termen van man en vrouw.” Maar de hele maatschappij functioneert op die tweedeling? “Ze doen maar. Ik weet wel dat ik mij daar gedeeltelijk moet naar schikken. Als ik zelf een identiteitskaart mocht kiezen, zou ik willen dat daar geen M of V opstaat. Mens hoeft niet, want dat is vrij duidelijk.”
 
Ik heb nooit de idee gehad dat iets niet klopte. Zelfs niet in het begin, meer dan dertig jaar geleden, toen ik met kleren en make up experimenteerde. Ik vond dat heel normaal. Toen ik erover begon te lezen, dacht ik: “Ik ben een travestiet.” Weer later vond ik dat ook dat niet klopte. Ik had de gevoelens al vooraleer ik Evelien leerde kennen. Ik zei tegen haar: “Ik wil je iets tonen.” We waren nog niet getrouwd.

Evelien: Het was mij niet vreemd. De buurman van mijn schoonbroer had zich laten opereren. Ik keek daar altijd naar op. Hij was ook in de twintig, net zoals ik toen. De anderen zeiden: “Dat is de zot van de buurt.” Ik vroeg me af: “Waarom?” Maar ik stond daar helemaal alleen in en ik heb mij nooit laten ompraten. Ik dacht enkel: “Laat die toch doen.” Maar bij jou (wijst naar Nancy)... Ik ben verliefd op jou en ik wil niet dat het zo evolueert als bij die man. Maar Nancy verlegt die grens telkens verder en ik ben daar tot nu toe steeds in meegegroeid.

We hebben er altijd over gepraat, tot vervelens toe voor Evelien. Maar sinds de borstprothesen wordt er veel minder over gepraat. Het is nu ook niet meer zo nodig. Bij ons is er in feite veel meer veranderd, omdat er ook veel meer openbaarheid is aan gegeven: de dokter weet het, de kinderen weten het... Het is geen echt geheim meer. Het kantelmoment waren de borsten, omdat het dan niet meer te verbergen was. Met de rest kon dat wel. Je doet je make up af. Je doet die kleren uit. En wat blijft er dan nog over? De kinderen waren intussen volwassen geworden en kon je niets meer wijsmaken. Ik heb aan de twee dochters gezegd, zonder inleiding: “Ik ga een borstvergroting laten doen.” Ze hadden enkel technische vragen. Toen ik het aan de zoon vertelde – hij woont in Nederland - had ik het al laten doen. Ik liet het gewoon zien. “Cool!”, zei hij.

Evelien: Ik was bang voor de reactie van de kinderen, maar achteraf gezien hebben ze het altijd wel geweten.

De beslissing om met prothesen een borstvergroting te laten doen, vind ik een daad van zelfbehoud. Het was dat of ongelukkig zijn en nog eens een depressie krijgen. Het was de enige uitweg. De borstvergroting was dé oplossing, toen bleek dat een hormonale kuur een trombose veroorzaakte. Nu kan ik ook zeggen: “Waarom zou ik mijn penis moeten laten verwijderen? Waarom moet ik een vagina laten maken?” Ik zie het nut er niet van in, dus doe ik het niet...
Evelien: Ik heb aan dat ding nog plezier, net zoals zij. Ik ben met een man getrouwd, ik ben niet lesbisch. Ik zou haar niet willen verliezen als man. Ik was niet erg voor die prothesen, maar wilde niet egoïstisch zijn. Ik behoor tot de groep mensen die andere mensen het naar hun zin wil maken. Deed ik het uit liefde? Jaaa...! En omdat ik weet dat hij met borsten veel gelukkiger zal worden en veel liever voor mij zal zijn. Dat wil niet zeggen dat ik mij wegcijfer en dat ik mij laat doen.

Na lang praten met Evelien heb ik een contact met een man gehad. Ik wilde weten hoe ik daarop reageerde. Het was boem... er ging ineens een hele waaier aan gevoelens open. Ik zal wel geluk hebben gehad zeker.

Evelien: Hij behandelde jou als vrouw en daar had jij behoefte aan.
Het bevestigde me als vrouw. Vanaf dat moment was ik geen travestiet meer. En dan denk je: “Kan ik dat bij een man teweeg brengen?” Het gaf mezelf veel meer zelfvertrouwen. Het uit zich ook in minder zwartgallig zijn, verdraagzamer zijn, de dingen aanvaarden zoals ze zijn. Nog altijd rebellerend en opstandig, maar veel rustiger.

Afgelopen zomer, tijdens de vakantie in Spanje, nam ik voor het eerst vrouwenkleren en een pruik mee. Daar kleedde ik me naar mijn zin, ongeacht wat we deden of waar we naartoe gingen. Het feit dat je daar niet moet over nadenken, dat is juist het toffe daaraan. Hier, in België, moet je rekening houden met anderen. Hier heb je collega’s, collega’s van je vrouw, buren, mensen in het dorp waar je al dertig jaar woont, die je altijd anders bekeken hebben. Je zou ook kunnen zeggen: “Je kan dat hier toch ook doen. Wie houd je tegen?” Niemand in feite...

Het woord transgender zie ik als een overkoepelende term, zonder dat je moet preciseren waar je op de schaal zit. Achteraf bekeken, herken je een aantal stappen: fetisjisme, sterk erotisch getinte travestie, travestie, transgender... Ik heb een aantal fasen doorlopen, maar op een bepaald moment is dat totaal vervaagd en ik zou niet meer weten waar ik me op die schaal moet zetten.

Ik ga dat niet tegen iedereen zeggen. Een grote hoop mensen hebben er geen behoefte aan om dat te begrijpen. Voor de meeste mensen is het leuk om weten, iets sensationeels en het amusante. Maar dat is het dan ook. Want die willen dan ook niet verder kijken. Ik heb het op mijn werk tegen twee mensen gezegd: aan mijn baas en een vrouwelijke collega. Als ik het op mijn werk tegen iedereen zou zeggen, zal ik wellicht veel succes oogsten omdat ze dan iets hebben om over te roddelen, maar eens dat uitgedeind is, zal het gedaan zijn.

Om echt full time als vrouw door het leven te gaan, moet ik nog te veel aan mezelf laten werken. Ik heb geen zin om elke dag een pruik op mijn hoofd te zetten. Ik wil vooral niet gebonden zijn aan gelegenheden. Ik zou het willen doen naargelang ik mij voel, zonder mij ook maar van iets aan te moeten trekken, alleen mijn eigen zin doen. Daarom ook dat ik dat aan mijn gezicht wil laten doen, een minifacelift. Niet alleen omdat ik dat wil doen, maar omdat ik weet dat die impact van die borstvergroting enorm is geweest.

Ik heb altijd gedacht dat ik iemand was die niet de deur zou uitgaan zonder heel veel zware make up. Nu merk ik dat dat helemaal niet waar is. Maar dat ik dat bij gelegenheden wel zou doen, als ik tijd en zin heb. Ik doe het ook graag. Maar  moest ik als vrouw door het leven gaan, dan weet ik dat ik in tegenstelling tot wat ik tot nu toe altijd gedacht heb, niet het type zou zijn dat zich altijd enorm zou opmaken. Ik zou evengoed ‘s morgens een jeans en een T-shirt kunnen aandoen, mijn haar borstelen en zonder maquillage gaan werken.

Innerlijk is er voor mij geen sprake van een dubbelleven. Uiterlijk nog wel en dat stoort me. Mijn hoofdhaar, dat blijft een probleem. Dat heeft te maken met het beeld dat de maatschappij verwacht. Innerlijk heb ik daar geen probleem mee. Ik zie mezelf niet. Maar met het haar dat ik heb, vind ik het uiterlijk niet aanvaardbaar als vrouw, ook niet voor mezelf. Als ik een biologische vrouw zou zien rondlopen met mijn haar, dan zou je ook zeggen: “Zet eens een pruik op je hoofd.”

Juli/Augustus 2003