18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Patrick - Juli 2003

Behouden van authenticiteit en streven naar tolerantie

Patrick ontvangt ons in de tuin, onder een grote vierkanten zonneparaplu. Patrick is transgender, is getrouwd, heeft een dochter, leeft zo veel mogelijk als vrouw, maar wil niet all the way gaan. Het doet allemaal zeer androgyn aan. “Is het nu hij of zij?”, vraag ik voor alle zekerheid. Moeilijke vraag, zo blijkt. “Tja, er bestaat geen persoonlijk voornaamwoord voor transgendere mensen”, zucht Patrick. Vervelend dus. Een beetje vis noch vlees, mossel noch vis. “Het dan maar?”, suggereer ik plagerig. “Zeker niet”, pareert Patrick onmiddellijk. Dan is het even stil… “Eerder zij”, luidt het verdict.

Het zou dwaas zijn te ontkennen dat er ook nog mannelijke eigenschappen in me zitten. Tot nu toe ben ik al meer als 40 jaar geconfronteerd met ‘hij’, maar ik hoor liever ‘zij’ of ‘mevrouw’. Het beeld dat ik van mezelf heb, daar zit die ‘mijnheer’ niet meer in. Toch heb ik nog een jongensnaam. Hoe dat komt, daar ben ik zelf nog niet uit. Ik zou me ongemakkelijk voelen, moest ik plots een andere naam kiezen. Het voornaamste aspect is authenticiteit. Dat is zijn wie je bent, zoeken naar wie je bent en open zijn. Ik wil onder geen enkel beding een nieuwe rol ontdekken. Dan ben ik terug bezig met wat ik vroeger deed. Toen heb ik moeten leren me te gedragen als jongen en als man. Als ik nu de indruk krijg dat ik aan het leren ben me als vrouw te gedragen, dan zeg ik: “ Stop! Fout bezig!” Ik ga stap voor stap op zoek naar wie ik ben, zonder mezelf te dwingen.

Van mijn vader kreeg ik vaak de opmerking: “Loop eens zoals een vent!” Ik heb dat toen aangeleerd en nu heb ik dat opnieuw afgeleerd. Ik ga me niet meer verkrampt bewegen, op welke manier dan ook. Ik voel me nu veel meer ontspannen als ik ergens in een groep sta of mij beweeg.

In de kleuterklas had ik het besef, onbewust, dat er iets niet klopte. In de lagere school had ik regelmatig de wens om de volgende dag als meisje wakker te worden. Ik kon dat toen niet thuisbrengen, maar achteraf gezien zat dat zeer sterk in mij. Ik voelde me beter bij de meisjes, in spelletjes en de omgang. Ik begreep er niets van. En dat is ook normaal. Het geeft een gevoel van schaamte. Ik kon wel mijn mannetje staan in die jongenswereld. Vandaar dat het ook leefbaar was, maar echt gelukkig was ik niet.

De puberteit kwam stilaan in zicht en ik begon aan te voelen dat ik er niet echt bij hoorde. Het college waar ik school liep, lag vlak naast de meisjesschool. Ik dacht wel eens: “Kon ik daar nu maar naar school gaan”. Die honderden joelende jongens rond me, dat was de hel. Gelukkig werd ik nooit gepest. De schoolresultaten gingen erg achteruit. Thuis schrokken ze zich wellicht een ongeluk. Dat timide jongetje werd de etter van de klas. Ik ging op zoek naar dingen om stoer te doen. Ik was doodsbenauwd van moto’s, maar het was het toppunt van stoer doen. Ik had hoogtevrees, maar ik leerde vliegen.

Toen ik al getrouwd was en we kinderen wilden, ben ik mijn vrouw bijna verloren door een zware miskraam. Dat was een traumatische ervaring. Daar is de gedachte ontstaan dat ik het met iemand moest delen. Ik kon het niet benoemen, maar het was meer dan een seksuele fantasie. Het was moeilijk om informatie te vinden. Ik ben een filosoof op dat vlak. Ik ga eerst proberen er zelf over na te denken en dan het trachten te plaatsen. Toen heb ik me voorgenomen om dat samen te doen. Ik kon het echt niet om het achter de rug van mijn vrouw te exploreren. Ik wilde geen leven hebben buiten onze relatie.

Ik was ervan overtuigd dat er niets mis met me was. Zo heb ik het bij haar ook aangebracht. Ik wilde het absoluut niet zien als een probleem. Ze reageerde heftig, omdat ze, zoals nog zoveel mensen vandaag, direct de clichébeelden voor haar ogen zag. Mijn vent is travestiet, dus is hij homo. “Dan is onze relatie ten einde”, zei ze. Ik antwoordde: “Alles wat ik weet is dat we het samen gaan verkennen. Ik denk dat we met twee makkelijker antwoorden gaan vinden dan alleen”. Dat was begin jaren ’90. Ik heb het heel moeilijk om te geloven dat er mensen zijn die dat echt aanvaarden. Het is meer tolereren dan aanvaarden. Dingen die je overkomen, zoals wij - een kind verliezen - dat aanvaard je toch ook nooit.

Het is niet mijn streven om mijn relatie te behouden om te kunnen zeggen: “Kijk, dit kan ook!”. Dan zou ik fout bezig zijn. Als ik me daarvoor zou vastklampen aan mijn partner, dat zou pas echt zielig zijn. Maar het is wel een hart onder de riem voor veel mensen, als we samen naar bijeenkomsten gaan. Het zal niet in alle relaties kunnen. Maar het is zeker niet onmogelijk, als je maar genoeg rekening houdt met mekaar en je maar genoeg naar mekaar luistert.

Iemand zei me vorige week: “Jij kiest toch wel voor de moeilijkste oplossing”. Die persoon zegt dat ze transseksueel is. Ze gaat wel all the way. Ik niet. “Maatschappelijk gezien”, zegt ze, “breng ik de mensen in de war”. Maar zij gaat met zekerheid haar gezin verliezen in het proces. Want die vrouw wil absoluut scheiden als hij ermee doorgaat”. Dus is mijn weg dan zoveel moeilijker als die van haar? Ik ben niet van overtuigd. En als ik ooit all the way ga, dan moet ik er rotsvast van overtuigd zijn dat dat inderdaad MIJN oplossing is.

Transgender zijn betekent voor mij door de gendergrenzen heen leven en kiezen waar je je goed bij voelt. Sommige eigenschappen hebben het label vrouwelijk, andere eigenschappen krijgen het etiket mannelijk opgeplakt en nog andere zijn niet te definiëren. Het kan mij niet schelen. Ik wil me goed in mijn vel voelen. Dat is de eerste prioriteit. Soms moet ik compromissen sluiten. Er zijn culturen waar transgender zijn een plaats heeft. Als ik thuis in een rok rondloop heeft niemand daar last van. Kom ik in India zo naar buiten, dan zou ik geen seconde problemen krijgen. Doe je het in België, een geëvolueerd en beschaafd land, dan haal je je de grootste moeilijkheden op de hals. Als je niet opgepakt wordt door de politie dan word je wellicht in mekaar geramd door een bende door testosteron gedreven mannen (lacht).

Als ik nu zo verschijn in de winkel staan mensen altijd naar me te staren. Dat word ik een beetje beu. Het grootste cadeau dat ze mij kunnen doen, is stoppen om me te zien als abnormaal. Ik zoek in feite naar het recht om te zijn wie ik ben. Stel dat ik als meisje geboren was en gewoon als vrouw door het leven zou gaan. Dan zouden er een heleboel dingen die ik nu doe, als veel evidenter bekeken worden omdat het eenmaal zo hoort. Terwijl de mensen me nu in vraag stellen omdat ik geboren ben met die M op mijn identiteitskaart.

Ik probeer zoveel mogelijk met mijn omgeving rekening te houden. In de eerste plaats met mijn gezin. Hier in het dorp let ik op, want mijn dochter gaat er naar school en haar vriendjes wonen hier ook. Dat is een remming voor mij. Ik wil niet dat zij daar problemen mee krijgt. Ik wil er de mensen niet mee overvallen zodat hun kinderen het mijn eigen dochter niet moeilijk gaan maken. Dan wil ik best nog wel even hypocriet zijn. Dat kind heeft niet gevraagd om op de barricaden te gaan staan. Anders had ik er al veel vrijer mee omgegaan, zonder twijfel.

Juli 2003