18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Phaedra - Augustus 2004

Ik ben blij met deze evolutie

Phaedra is de nieuwe voornaam die Patrick zichzelf heeft gegeven in het najaar van 2003, een paar maanden na een eerste gesprek met haar. Die verandering bracht vooral klaarheid naar de buitenwereld toe. Er was ook minder goed nieuws: jobverlies. Volgens Phaedra een duidelijk gevolg van haar ‘outing’ wat door de schooldirectie ontkend werd. Een ding blijft voor haar, haar partner en hun dochter belangrijk: samen naar oplossingen zoeken voor een geslaagde transitie.

Ik heb op één jaar tijd een enorme evolutie meegemaakt. Of ik verder sta dan verwacht, daar is moeilijk op te antwoorden. De verandering van mijn voornaam is een belangrijkste stap die ik genomen heb. Ik herinner me nog goed dat ik vorige zomer zweerde bij mijn ‘oude’ jongensnaam. Ik ben niet alleen op deze wereld en er ontstond blijkbaar grote verwarring rondom me. Door mijn voornaam werd ik nog steeds als ‘man’ beschouwd. Heel wat mensen vroegen zich af ik echt verwachtte dat iedereen bij het zien of horen van een mannennaam me ook als ‘haar’ zouden aanspreken. Zo is mijn weerstand stilaan afgebrokkeld. Het had blijkbaar zijn tijd nodig. In het najaar van 2003 begon ik dan Phaedra te gebruiken. Ik heb bewust een naam gekozen die met een p begint omdat het initiaal dan hetzelfde blijft. Ik vind het bovendien mooi klinken, maar het heeft voor mij geen bepaalde betekenis.

Op de school waar ik lesgaf is het fout gelopen. Daar ben ik ontslagen, officieel omdat er te veel docenten waren, maar de plaats die ik bekleedde en waar dus geen ruimte meer voor bleek te zijn, is kort nadien weer ingevuld. Ik kreeg achteraf te horen dat er niet minder inschrijvingen waren dan eerst gedacht. De persoon die nu ‘mijn’ job doet, daar zou ik zeker niet voor moeten onderdoen. Ik heb de vereiste diploma’s om les te geven en kan heel wat bedrijfservaring voorleggen. De hogeschool had geen valabele argumenten, maar ik heb geen directe bewijzen dat ik op grond van wie ik ben mijn ontslag heb gekregen. Ik zou het nog kunnen begrijpen al de job echt niet meer zou bestaan. Dit is moeilijk om incasseren.

Ik heb klacht ingediend bij het ‘Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding’. Zij hebben de betrokken school gecontacteerd, maar dat leverde niets op. Heel wat mensen zeggen dat ik de klacht moet laten vallen omdat het toch alleen maar stress met zich meebrengt. Ik hoop dat het Centrum zich hierbij ernstig vragen stelt en zal aantonen dat het ontslag in strijd is met de antidiscriminatiewet.

Na het verlies van mijn job heb ik het moeilijk gehad. Ik heb zwarte sneeuw gezien. De ommekeer is er op een bepaald moment gekomen toen mijn partner en ik aan tafel zaten om de zaken eens goed te overlopen. We besloten niet bij de pakken te blijven zitten. Mijn partner blijft een belangrijke rol spelen in het geheel. Ze zet me soms met mijn twee voeten op de grond. Ik blijf rekening houden met haar. Of het alleen sneller zou gaan, dat weet ik niet. De vraag zou dan al moeten zijn of het ook echt sneller moet?

Ik ga intussen ook op consultatie bij het genderteam. Daar ben ik erg over te spreken. Vroeger had ik de indruk dat er echt op je werd ingepraat. Je had geen ‘keuze’: ofwel legde je het hele traject af (gesprekken, hormonale behandeling en geslachtsoperatie), ofwel was een transitie volgens hen niet mogelijk en/of wenselijk. Wat de operatie betreft, heb ik nog steeds het gevoel dat die niet aan de orde is. Zelf wist ik nog altijd niet of ik al dan niet hormonen zou gaan innemen. Wat de hormonen betreft heb ik altijd getwijfeld, omdat ik me afvraag of de zaken er niet beter uitzien dan ze in werkelijkheid zijn. Op dat vlak ben ik nogal ‘paranoia’. Ik huiver ten aanzien van het kuddegeestgevoel, mensen die andere mensen meetrekken in hun avontuur. Dat je ook iets gaat doen omdat anderen het doen. Op een bepaald moment ben ik tot een beslissing gekomen om het toch te doen, dankzij de gesprekken met het genderteam. Er is echter nog steeds het voorbehoud van mijn partner.

Het genderteam wil trouwens ook de partner meer aandacht geven. Zij of hij moet per slot van rekening ook met de persoon in kwestie en het ‘gegeven’ leven. Vanuit het genderteam kan daar op een neutrale manier naar gekeken worden.

Vorig jaar was het onze dochter die de snelheid van ‘outen’ aangaf. Nu weten heel wat mensen het, ook de ouders van haar vriendjes, die hier komen spelen en waar zij langsloopt. Er is een enorme last van me gevallen vanaf het moment dat ik niet meer op die haast achterdochtig manier moest nadenken of ik na lang twijfelen en overleg bepaalde dingen wel en andere zaken niet kon doen.

Het was een hele opluchting toen ik weer werk heb gevonden. Ze kennen me er enkel als Phaedra en mijn ‘verleden’ komt niet aan bod. Na een eerste periode met wat ‘wantrouwen’ voel ik me er nu heel goed aanvaard.  De beoordeling gebeurt op basis van mijn werk en niet mijn voorkomen. Er zijn ongetwijfeld mensen die hiermee minder goed kunnen omgaan dan anderen. Maar ik heb intussen geleerd om daar veel minder wakker van te liggen, en om mezelf minder te gaan verantwoorden naar die mensen toe. Ik hoéf me per slot van rekening ook niet te verantwoorden voor wie of wat ik ben. De wereld zit op vlak van gender niet zo eenvoudig in mekaar dan iedereen denkt. Het is niet zo zwart-wit, man-vrouw...
Ik verwacht dat mijn leven er ‘normaler’ zal gaan uitzien, zodat ik minder met dit ‘gedoe’ bezig zal zijn. Er zullen uiteraard nog wel dingen veranderen, maar het mag niet het centrum van het universum zijn. Bovendien kan je deze dingen niet plannen, daarvoor komt er teveel bij kijken.

Het genderteam wil een nieuw protocol opstellen ondermeer op basis van mijn transgenderverhaal. Er is ook afgesproken om mij ook nadien te blijven volgen. Ik ben voor hen een ‘testcase’ om te bekijken in hoeverre transgendere mensen in de toekomst ook bij het genderteam kunnen aankloppen. Met dit nieuwe protocol - een soort van handleiding - voor transgendere mensen, die om één of andere reden niet de volledige transitie van man naar vrouw of van vrouw naar man willen doormaken, zal er misschien in de toekomst meer ruimte komen voor het invullen van het ‘gender’. Ze zullen bovendien niet alleen de medische kant bekijken, maar ook aandacht hebben voor de begeleiding van mensen in de onmiddellijke omgeving van de betrokken persoon. Ik was blij te horen dat er een ‘opening’ was, want ik was bang dat we terug naar het oude verhaal zouden gaan om toch maar de hele weg af te leggen.

Toch is dit protocol geen vooruitstrevende stap, maar een inhaalbeweging ten aanzien van de realiteit. Transgendere mensen bestaan al langer dan vandaag en dit is een belangrijke stap naar de praktisch medische erkenning. Of dit transgender zijn voor mij een tussenfase blijft naar transseksualiteit, dat kan me niet schelen. Mijn situatie is nu zoals ze is en ik leef ook zo. Wat de toekomst zal brengen, daar ben ik helemaal niet mee bezig. Ik zie dit dus niet als een tussenoplossing, maar een antwoord op hoe de zaken nu in mekaar zitten. Wat er ook van zij, ik ben blij met deze evolutie.

Augustus 2004