18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Pietje - Oktober 2004

Elke regel heeft zijn uitzonderingen

Pietje zit samen aan tafel met zijn vrouw Ingrid. Hun twee dochters zwermen rond in de woonkamer en kijken af en toe op. Pietje komt uit een gezin van 12 kinderen, 7 jongens en 5 meisjes, waar nooit een strikte opdeling is geweest tussen wat voor de jongens en wat voor de meisjes was. Ze praten als een koppel over hun zoektocht. Pietje toont zijn vrouwelijke kant tot nu toe enkel thuis. Ingrid: “Als hij naar boven gaat om zich om te kleden, dan lijkt het soms alsof er iemand helemaal anders naar beneden komt.”
 
Pietje: Ik ben van opleiding bioloog. Mannelijk definiëren is voor mij makkelijk: XY-chromosomen, hoog testosterongehalte... Als je daar niet in past, is dat op zich niet erg, want elke regel heeft in de biologie zijn uitzonderingen. Bovendien zegt mijn rationele geest dat variatie belangrijk is. Biologisch is er zeker zoiets als man en vrouw, maar dat zijn referentiekaders. Zolang je er geen waardeoordeel opplakt - bijvoorbeeld door te zeggen dat de man beter is dan de vrouw - kan die indeling best. Het is gewoon een kwestie van weten waarover je het hebt. De maatschappij is zo gestructureerd. Ik heb met de opdeling man en vrouw geen fundamenteel probleem.

Ik zit wel volledig in de knoei met het definiëren van hoeveel vrouw en hoeveel man er in mij zit. Mijn vrouwelijke collega’s vragen soms wat er zo vrouwelijk aan mij is. Dan neem  je al snel je toevlucht tot stereotiepen zoals: ik doe de afwas en de strijk. Je kan dat niet standaardiseren. Op de COGIATI-test scoor ik androgyn. Dat klopt ongeveer, maar het geheel is natuurlijk niet gewoon de som van de delen. Ik zit tussen travestie en transseksueel in, dus ben ik transgender. Eigenlijk is het dankzij Ingrid dat ik mezelf heb kunnen plaatsen.

Ingrid: Ik probeer het allemaal precies te verwoorden en te definiëren. Ik wist twintig jaar geleden al wat travestie was, zelfs al voor het onderwerp bij ons ter sprake kwam. Misschien dacht ik oorspronkelijk dat het hier om een fait divers ging, om occasionele travestie waar ik op een bepaald ogenblik dan weer liever niets mee wou te maken hebben. Vooral toen ik de eerste keer zwanger was, kon ik dat gewoon anders zijn niet plaatsen en negeerde ik het zoveel mogelijk. Gradueel ging het beter. Nu is het geïntegreerd: onze relatie lijkt meer ruimte te bieden voor verschillende aspecten van onze persoonlijkheid. Maar nog steeds blijkt dat ik wat voor Pietje gewoon is, op een schema tracht te situeren: Waar zitten we op het continuüm man/vrouw? Is er sprake van enige evolutie?

Pietje: Op een bepaald moment zag Ingrid me als concurrentie omdat ik nogal veel aandacht aan mijn vrouwelijke uiterlijk spendeerde.

Ingrid: Pietje is zich zeker anders gaan profileren. Er zijn een aantal uiterlijke evoluties… Ik heb het gevoel dat ik met stukjes man en stukjes vrouw leef. Er is een periode geweest dat ik me afvroeg of ik lesbisch was. Nu doet dat er niet meer echt toe.

Pietje: Een van onze problemen is dat we het samen haast microscopisch zitten te observeren. We moeten opletten dat het geen obsessie wordt. Je kan uren bezig zijn met hormonen, onder het mes gaan, je epileren en ga zo maar door, maar maakt je dat meer vrouw? Ingrid is op dat vlak mijn touch stone.

Ingrid: Het is altijd aftasten wat het wordt en waar het naartoe gaat. Aan de hand van wat ik in een aantal dagboeken lees, vraag ik aan Pietje: “Hoe zit dat met jou? Wat kan ik van jou nog verwachten?”

Pietje: Ik kan er wel inkomen dat mensen hun dagboek op het net zetten. Blijkbaar is er vraag naar verhalen en worden daar mensen mee geholpen. Maar als je één dagboek hebt gelezen, heb je ze zo’n beetje  allemaal gelezen. Dat is ook waarom we meedoen aan dit project, omdat de verhalen zo verschillend zijn, de benadering anders is en er een kader is waarbinnen op een structurele manier gewerkt wordt.
Ingrid: Als mensen ons verhaal lezen en zich daarin herkennen, dan kunnen ze het misschien sneller plaatsen.

Ik ben nooit iemand geweest die het paadje van de verleidelijke vrouw zou bewandelen. En dan kom je iemand tegen die na een aantal jaar heel erg naar het vrouwelijke evolueert. (Denkt lang na, zin per zin...) Op een bepaald moment zag ik Pietje als concurrentie. In die zin is inderdaad de vraag gekomen: “Wie ben ik dan?”. Ik ben er misschien een beetje vrouwelijker van geworden.

Pietje: Ik ben me pas echt van een verschil tussen mannen en vrouwen bewust geworden op mijn 35e, toen Ingrid opnieuw zwanger was.

Ingrid: Er zijn een aantal biologische feiten die consequenties hebben. Ik ben moeder van twee kinderen en ik heb ze borstvoeding gegeven.
Pietje: Ik heb altijd zwanger willen worden. Ik was verschrikkelijk jaloers... De kinderen hebben het langzaam aan kunnen ontdekken. Hier thuis vinden ze dat niet erg. De oudste dochter had (en heeft nog steeds) een redelijk grote weerstand. Dat ligt misschien ook aan haar leeftijd.

Oudste dochter: Ik vind dat niet zo speciaal. Ik vind het wel leuk, maar praat er niet over met vriendjes of vriendinnetjes. Het is een groot geheim. Als ik vragen heb dan ga ik naar mama of papa.
Jongste dochter: Ik vind papa mooi als hij een rok draagt. Soms kijk ik wel eens naar papa’s spullen. Ik heb ook een lippenstift, die hij mag gebruiken, maar hij vindt het kleurtje niet zo mooi.
Pietje: Ik heb geen schrik om het te zeggen én om het te tonen, maar het mag de kinderen en mijn ouders niet in de problemen brengen. In feite zit ik voor een stuk in de wachtkamer, maar ik lijd er niet onder dat ik er niet mee naar buiten kan treden. Het is voor mij perfect mogelijk om mijn leven te leiden als transgender zonder daarmee op straat te komen. Veel van mijn vrienden en collega’s weten het wel, maar hebben het nog niet gezien. Dat maakt het verschil. Ik heb er nooit veel problemen mee gehad.

Ingrid: Onlangs liep er een transseksueel persoon door de straten en ik zag hoe de buren reageerden op die situatie. Ik heb toen mijn mond gehouden, maar hen wel gevraagd: “Waarom reageren jullie nu zo?” Ik ben gevoeliger voor reacties.

Pietje: Mensen van onze generatie praatten er niet over op hun 18e. Nu is dat anders. Ik heb het toen wel eens proberen uit te zoeken voor mezelf, maar dat was niet erg makkelijk. Ik heb het wel in mijn leven kunnen integreren, dankzij Ingrid aan wie ik het de eerste maand dat we elkaar kenden verteld heb.

Mijn ouders weten het, maar negeren het liever. Ik respecteer dat. Mijn broers en zussen reageren er zeer uiteenlopend op. Ik dring mijn mening niet op aan mensen. Ik zoek ook niet naar verklaringen! Ik vind niet dat mensen het moeten begrijpen, ze moeten het enkel aanvaarden. Er zijn een hele boel dingen die ik begrijp, maar die ik absoluut niet tolereer. Er zijn ook een aantal dingen die ik niet begrijp maar toch aanvaard.

Oktober 2004