18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Rosita - Juli 2003

Je blijft altijd een geplakte vaas

Rosita is ruim de grens van vijftig over. Het maakt haar transseksueel zijn er niet makkelijker op. “Ik kom net van de pijnbank”, zegt ze fier. Haar baardgroei kan niet met lasertechniek verwijderd worden. “Te veel grijze haren luidde het verdict. Dus moeten de haartjes één voor één uitgetrokken worden via elektrische ontharing. Tandenbijten…” Rosita heeft haar verleden opgegeven. Ze verhuisde van de buiten naar de stad, op zoek naar anonimiteit en rust.

Ik ben vorige week bij een vrouw van 86 of 87 jaar geweest, die ik al jaren ken. Eindelijk heb ik de moed gehad om het haar te vertellen. Ze wenste me proficiat en zei: “Hoe heb jij dat klaargespeeld, al die jaren? Niemand heeft dat ooit gezien. Iedereen dacht dat je gelukkig was. Je had een bloeiende zaak, je had vrienden en kennissen, alles wat je wilt, alles om je heen…” Maar toch was ik ongelukkig.

25 jaar heb ik gevochten tegen iets waar je niet moet tegen vechten, want het is een strijd die je toch niet kan winnen. Al die tijd heb ik ongelukkig geleefd. Die 25 jaar zijn weg en kan ik nooit meer inhalen. Op mijn leeftijd is het voor veel dingen te laat, maar toch bijt ik door omdat ik weet dat het de enige oplossing is. Het is dit of zelfmoord. Er is geen andere weg tussen. Toch is het een lijdensweg, dat weet iedereen die het heeft meegemaakt. Ik heb veel te lang gedobberd, met de idee dat het wel over zal gaan. Maar dat is niet zo.

Ik kon niet tot rust komen. Dat is het probleem van iemand die van man naar transseksueel gaat. Je hebt iets tekort, je wil iets beleven, maar je weet niet wat. Mensen kunnen je ook geen plezier meer doen. Ik heb meer dan dertig jaar toneel gespeeld. Dat toneel spelen is vrij vroeg begonnen. Je wilt je bewijzen als man, want je wilt en je zal man zijn. Maar als ik bij een vrouw kwam, was die fysieke liefde er niet.

In het begin ben je met kleinigheden tevreden en gelukkig, maar die smelten weg als sneeuw onder de zon. Nylonkousen, dat is een beginpunt geweest. Na mijn eerste avontuur met een paar nylonkousen en lingerie is het gevoel beginnen groeien. Ik voelde me al supervrouw op dat moment. Achteraf besef ik dat dat niet waar is. Dat is een strohalm waar je je aan vasthoudt. Maar die breekt uit noodzaak, want die is niet sterk genoeg. Je wil wel anders, maar het kan niet, want je moet vooruit. Je kinderen, vrouw, mensen, de klanten, die verlangen dat je er bent. Ik had een voorbeeldfunctie voor die mensen. Iedereen keek naar mij op. Iedereen mocht alles aan me vragen.

Dan kwamen de uniseks slippen, een beetje vrouwelijk, met niet te veel kant aan. Niemand zag dat. Mijn vrouw en ik leefden toen al naast elkaar. Ze zei dan: “Jij met je onnozelheden, waarom moet je zulke dingen dragen”. Maar daar bleef het wel bij. Ik bracht het geld binnen, dus het was iets dat moest getolereerd worden. Een verdere stap was: dagelijks nylonkousen met andere erover. Maar ik wilde meer... Dan begin je met rokjes, blouses... Maar daar kan je niet mee buiten komen. Dat kan alleen als je binnen bent. Dat is voor een half uur, soms als je al eens geluk had een uur. Naarmate het verder evolueerde ging ik alleen wonen. Tot je het eigenlijke resultaat bereikt dat je voor ogen hebt. En dan pas krijg je rust. Nu heb ik nog dagen dat ik onrustig ben. Waarom? Omdat mijn proces nog niet af is. Ik sta er nu 100 procent achter.

Ik weet niet waar het bij mij gaat stoppen. Voorlopig laat ik me niet opereren. Ik durf niet zeggen: “Dat nooit”. Niet dat ik het niet durf. Maar het is geen lachertje zo’n operatie. Als je 30 of 40 jaar bent, heb je normaal gezien nog de kans om er 35, 40 jaar nog van te kunnen genieten. En dan is die pijn vrij klein ten opzichte van de jaren die je er respons kan op hebben. Bij mij liggen de kaarten wel anders. Het herstel, aangezien mijn hogere leeftijd, is trager. En dan mag je nog al die pijn doorstaan en al die kosten doen om er zo goed mogelijk uit te zien. Je blijft altijd een vermaakte constructie. Je blijft altijd een geplakte vaas. Hoe mooi die dan ook mag zijn, hoe mooi die ook mag geretoucheerd zijn. En dat is jammer... diep in mijn hart vind ik dat jammer.

Ik heb er met mijn twee kinderen over gepraat, tijdens het begin van deze zomer. Ik heb veel te lang gewacht. Het is een van de moeilijkste opdrachten om het aan je eigen kinderen te vertellen. Het is makkelijker in rok op straat te lopen, bekeken en uitgelachen te worden. Ze reageerden absoluut niet positief: de oudste min of meer passief, de jongste haast agressief. Ik heb er nadien wel zelf contact mee genomen en gezegd: “Kijk, als ik naar hier kom, doe ik dat zo neutraal mogelijk. Verwacht niet van mij dat ik terug in een driedelig pak stap”. Ze zeggen: “Papa, je hebt alles opgegeven: je mooie auto en je mooie villa. Wat heb je nu nog?” Ik zeg: “Tja, wat ik nu heb dat kan en dat zal niemand me nog afnemen. Zolang ik leef, zal ik dat hebben. Ik ga voor niemand meer opzij. Kom je niet meer dat zal ik spijtig vinden, maar ik zal wel in leven blijven”. Het zal wel misschien wel ooit in orde komen.

Nu rijd ik met een klein autootje en woon in een klein appartementje. Ik was van de buiten en daar kon het niet. Dat is ook de reden waarom ik naar de stad ben gekomen. Om te kunnen leven zoals ik wil leven. Dat kleine stukje dat ik nog te leven heb, wil ik leven op mijn manier.
Ik heb met mijn verjaardag een kaart gehad. Je mag ze gerust zelf voorlezen. Want als ik ze voorlees word ik emotioneel.

Een gelukkige verjaardag voor Rosita

Met je gouden hart heb je veel gegeven
en meestal weinig terug gekregen.

Helpt vrienden met zorgen, groot en klein
In nood ben jij een zonneschijn.

Je laat je gebruiken door iedereen
Je bent vaak misbruikt zoals geen een

Je bent optimistisch in hart en geest
We wensen jou een leven zoals een feest.

Als ik tegen mensen zeg dat ik anders ben dan anderen en dat ik er zelf niet voor gekozen heb, dan slaat dat gewoonlijk in als een bom. De meeste mensen denken dat transseksuelen een modeverschijnsel zijn. Dat we ook eens met een rok op straat willen lopen of ook eens oorbellen dragen. Dat is niet waar. Mensen mogen negatief reageren. Ik kan begrijpen dat bepaalde mensen mijn mening niet delen. Dat hoeft ook absoluut niet. Maar ik mag wel mijn stelling verdedigen in die zin waarom ik dat doe en waarom ik me daar ook goed in voel. Dat maak ik de mensen duidelijk. Iedereen hoeft me niet te aanvaarden, dat vraag ik niet. Maar als ze een klein beetje ruimte laten is het goed. Er is geen plaats genoeg... Ik zoek naar een aanvaardbare derde weg. Nu zijn er twee wegen: je bent man of je bent vrouw. In elke man zit toch een beetje vrouw en in elke vrouw een beetje man? Dat klopt, maar de meeste vrouwen en zeker de meeste mannen verzetten zich daartegen. Omdat ze zogezegd bang zijn om anders genoemd te worden.

Juli 2003