18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Samuel - Oktober 2004

Belangrijk is dat mensen geen oordeel vellen

Samuel, Sam voor de vrienden, is een verzorgde en goedgeluimde kerel, een positivo… die honderduit praat. Dat is niet altijd zo geweest. “Vroeger durfde ik aan iemand op straat niet eens vragen hoe laat het is”, zegt hij met een brede glimlach. Hij wilde niet zijn wie hij was en dacht abnormaal te zijn. “Ik had mijn geest aangepast aan mijn lichaam en dat was fout.” Dus moest het anders. Alhoewel Sam al zijn hele leven jongen wilde zijn, kwam de klik er pas na zijn veertigste, tijdens een zomerbezoek aan het strand.
 
De emmer was al heel lang vol, maar dàt was de druppel. Ik zat in bikini op strand en voelde me lastig. Ik had op die manier een grondige hekel aan mijn lichaam. Als jongen heb je gewoon een ander lijf. Ik hoef er niet meteen uit te zien als Richard Gere, maar gewoon een mens met mannelijke vorm. Ik wil in zwembroek aan het strand gaan zitten.

Ik was mij erg vroeg bewust dat er iets mis was. Als kleuter stopte mama ons samen in bad. Toen dacht ik altijd: “Ik wil zijn zoals mijn broer, maar ik zie eruit als mijn zusjes.” Elk jaar vroeg ik op 5 december aan de Sint een pietje in plaats van speelgoed. Als mama ons de volgende ochtend riep, keek ik eerst onder de lakens en zag telkens dat de Sint niet aan mijn wens gedacht had. Dus maakte ik er maar eentje met restjes breiwol. (lacht uitbundig...) Op school voelde ik me tussen de meisjes alleen en ongemakkelijk. In een maillot voelde ik me rot. Ik wilde voetballen! Borsten krijgen was een regelrechte ramp. Iedereen had een vriendje, behalve ik. Des te ouder ik werd, des te groter werd het drama.

Voor een relatie ging ik op zoek in de lesbische wereld. Vrouwen werden verliefd op mij, maar weer wrong het schoentje, omdat ik niet kon voldoen aan het beeld dat zij hadden over mij. Zij zagen me als echte vrouw. Veertien jaar geleden leerde ik mijn vriendin kennen en ik vertelde haar alles. Ze stelde voor samen naar een oplossing zoeken, maar ik wilde dat mijn ouders niet aandoen. Ik probeerde ermee te leven. Ik dacht dat het wel weg zou gaan.

Vroeger was ik erg verlegen. Op straat durfde ik aan niemand vragen hoe laat het is. Ik wilde opgaan in de massa in de hoop dat mensen vooral niet naar mij zouden kijken. Toen ik anderhalf jaar geleden de kaap van 40 passeerde, besefte ik dat ik iemands anders leven aan het leiden was en nam het besluit om naar het genderteam in Antwerpen te stappen. Plots besefte mijn vriendin dat het menens was. Na al die jaren is ze daarvan erg geschrokken. Het was erg confronterend voor haar. Ze vroeg zich af wie zij was…

Tijdens de eerste gesprekken voelde ik me onzeker, ondanks ik het allemaal kon plaatsen. Vooral twijfel speelde: “Zou ik de stap wel durven zetten? Zou ik het aankunnen? Wat met mijn werk? Ga ik het ooit durven zeggen aan de familie?”… De gesprekken vorderden. Het gegeven begon als het ware in een puntje en het geheel ging steeds verder open.

Toen de gesprekken afgerond waren kon een bezoek aan de endocrinoloog niet snel genoeg gepland worden. Het nemen van testosteron was een punt om niet meer terug te keren. Ik had genoeg van de rol als vrouw. Mijn ware aard kwam als het ware boven. Vroeger was ik verlegen en teruggetrokken, een braaf en meegaand sloffend manneke. Het maakte mijn relatie moeilijk, maar het liep niet fout. Er is duidelijkheid: het fundament blijft, de persoon blijft, maar het lichaam verandert. Ik doe niets meer dat ik niet wil en kom op voor mezelf. Ik ben steeds zekerder van mezelf en handel recht toe recht aan. Dat is nieuw voor mijn partner, wat haar dan weer minder zeker maakt. In de veertien jaar dat we samen zijn, waren we onszelf wat verloren. We zaten vast. Ze wil nu ook haarzelf terugvinden en woont weer alleen op een eigen plekje. Wellicht zal ze toch wel de baas blijven. Je mag het draaien of keren, vrouwen zijn altijd de baas. Vrouwen zijn het sterke geslacht en zijn overal baas. Dat zeg ik niet om te lachen. Ik meen dat. Alle mannen klagen daarover. (lacht...)

Mijn partner, ouders en familie zijn heel belangrijk voor mij. Na mijn vriendin vertelde ik het aan mijn acht jaar oudere zus. Zij vond het fantastisch om er een broer bij te hebben. Dan was mijn anderhalf jaar jongere zus aan de beurt. Ze zei: “Denk je nu echt dat een piemel het verschil zal maken?” Door vooral over mijn gevoelens te praten, werd het makkelijker voor mij. Mijn zussen respecteren beide mijn keuze en zeggen broer en Sam.

Bij mijn broer, die twee jaar jonger is, had ik er niet zo’n goed oog in. “Ik worstel met een genderprobleem”, zei ik tegen hem en voegde eraan toe dat hij zich wellicht niet kon voorstellen hoeveel angst ik al had doorstaan als jongen in een vrouwenlichaam. Hij stelde voor om harde mannendingen te doen, zoals de Kilimanjaro te gaan beklimmen. Het zou me met mijn staart tussen de benen laten afdruipen. Ik zei hem dat hij eerder zichzelf dan mij zou moeten overtuigen (lacht...), want mijn besluit stond vast!

Mijn broer, die me nu door dik en dun steunt, zat in met de reactie van onze ouders, voornamelijk van onze moeder. Het gegeven was bekend in de familie omdat de partner van een nichtje eerder al een transitie had doorgemaakt. Toch bracht ik het voorzichtig aan, want ze zijn achteraan de 70. Het was moeilijk om het uit mijn keel te persen. Ik vroeg hen of ze vroeger iets aan me hadden gemerkt. Ze vonden van niet. Dat ik altijd met het speelgoed van mijn broer speelde en nooit een rokje aanwilde, vonden ze geen probleem. Ik zei dat meisje zijn voor mij altijd heel moeilijk is geweest en dat ik er veel verdriet voor gehad heb dat ik als meisje ter wereld ben gekomen. Mijn moeder zegt nooit veel, ook nu was ze muisstil. Achteraf zei ze dat ze niet erg geschrokken was. Mijn vader relativeert alles en vroeg zich af of het allemaal wel zo’n vaart zou lopen. Hij zei: “Je moet zien dat je je goed voelt manneke, dat is het belangrijkste.” Ik was verrast en zag het als een erkenning. Als mijn vader me nu belt, dan gebruikt hij niet vaak mijn meisjesnaam meer, maar zegt sneller manneke of soldaat.

Het belangrijkste vond ik dat ze niet oordeelden. Ik tracht dat zelf trouwens zelf ook niet te doen. Ik wil mensen niet kwetsen met woorden. Indien ik als jongen was geboren, zou ik wellicht veel andere dingen hebben gedaan en had ik een andere carrière gehad met andere ambities. Als man was ik misschien ongelukkig getrouwd geweest, met een hoop kinderen en een zware alimentatie. Nu heb ik geen kinderen. Dat ik nooit papa zal kunnen worden, maakt me soms intriest.

Nu haal ik een krachttoer uit. Mensen zeggen me dat het moedig is om er zo mee naar buiten te komen. Ik ben dat verplicht aan mezelf. Jarenlang heb ik mijn geest aangepast aan mijn lichaam. In de toekomst zal mijn lichaam overeen  komen met mijn geest: een gezonde geest in een gezond lichaam, dat is belangrijk. Evenwicht daartussen is belangrijk.

Oktober 2004