18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Sven - Juli 2004

Meegaan met de golven

Voor Sven is de zomer van 2004 een belangrijk moment. Begin juli ging hij onder het mes. Een operatie waar hij altijd al erg naar uit heeft gekeken. Een belangrijke ingreep ook: het verwijderen van de borsten en de baarmoeder. Een week voor klinkt Sven even nuchter en down to earth als altijd. Een week na is hij best tevreden en staat hij zoals steeds op een speelse manier met zijn twee voeten op de grond.
 
Een weekje voor...

Uiterlijk ben ik in mijn gezicht iets hoekiger worden. Ik heb het gevoel dat veel mensen verwachten dat er een boost komt. Als ze op televisie een vm-er tonen ligt er meer dan vijf jaar tussen en dan is er natuurlijk een groter verschil. Mijn stem is nog steeds aan het zakken en schiet soms nog eens door. Voor deze operatie moet ik even stoppen met het nemen van mannelijke hormonen, maar probeer me daar geen zorgen om te maken. Ik ben er mee bezig, maar blijf er rustig bij.

Mijn streken zullen niet veranderen en ook mijn denken over de dingen blijft hetzelfde. Ik heb alles op voorhand uitgedokterd. Dat is een van de redenen waarom ik tien jaar heb gewacht. (Een beetje saai...) Alles voldoet aan mijn verwachtingen. (Meteen weer fleurig...) Ik dacht dat ik ongeduldiger zou zijn, maar dat is niet zo. Soms heb ik de indruk dat de transitie te traag gaat, maar het moet nu eenmaal zijn tijd hebben. Op het werk heb ik het een hele tijd geleden gelanceerd en ik heb niet meer de intentie om er zelf aan te beginnen al word ik er nog wel op aangesproken. Soms ben ik ‘s avonds op door die discussies. Spreken ze me nog aan met mijn meisjesvoornaam of zeggen ze mevrouw, dan tracht ik dat op een grappige manier op te vangen. Humor gebruik ik als wapen. Een tijdje geleden vroeg ik aan iemand de weg en kreeg als antwoord: “Kan jij nu nog geen kaart lezen?”. Ik heb daar dan op geantwoord: “Dat komt nog wel.” Dankzij mijn grote mond dien ik de mensen van antwoord.

Voor mij is deze operatie dé mijlpaal omdat mijn borsten, een heel duidelijk beeld van vrouw-zijn, weg zullen zijn. Ik zal me vanaf volgende week ongetwijfeld beter voelen en tevreden zijn. De eerste weken ga ik naar mijn ouders tot ik weer alleen verder kan. Nu is het gewoon wachten, want echt aftellen doe ik niet. Het is in feite een vrij eenvoudige ingreep: borsten en baarmoeder verwijderen. Dat de operatie eraan komt heb ik niet aan veel mensen gezegd. Ik wil dat in alle rust beleven. Mijn moeder zal er uiteraard zijn en de fotograaf is welkom om een foto te maken.

Een weekje na...

Voor de operatie deed ik nuchter over wat er zou gaan gebeuren. Dat is nog altijd zo. Ik voel geen euforie. Nu is het gewoon herstellen, want ik ben nog niet overdreven fit, wellicht door de narcose. Ik tracht zo weinig mogelijk verwachtingen te hebben, dan kan je niet teleurgesteld zijn in de toekomst. Grote projecten voor de toekomst zijn er nog niet. Nu focus ik me nog steeds 100 procent op het proces. Ik zit nog steeds in de wachtkamer voor een tweede operatie, bij de uroloog deze keer, ten vroegste in oktober van dit jaar. Jammer genoeg wordt op deze ingreep té veel nadruk gelegd. Ik vind het belangrijker dat het gevoelsmatig goed zit, in plaats van uiterlijk. Maar daar beslist iedereen natuurlijk zelf over.

Voor vreemde mensen zal het plaatje al duidelijker zijn, maar voor de bekenden is het nog niet voldoende om hen ook over te laten schakelen. Ik heb nog niet zoveel contact gehad met mensen die ik niet zo goed ken. Dat zal ik maar pas merken als ik op het werk kom.

Wat er op één week het meest veranderd is? Ik ben plat en kan stevig rechtop lopen. Het is een belangrijke stap. Een typisch vrouwelijk kenmerk is weg. Ik sta geen uren voor de spiegel. Het verband zit er nog rond en er zijn nog wat blauwe plekken. Het is wel schoon. Ik moet zeggen dat het er zo kort na de operatie redelijk fris uitziet. Ik heb andere resultaten gezien vlak na de operatie, ook goed geslaagd, maar gezwollen en bont en blauw...

Er is geen weg meer terug, maar ik wil de klok natuurlijk niet terugdraaien. Ik krijg de kriebels van die vragen over de onomkeerbaarheid. Dat speelt bij mij absoluut niet. In Nederland hameren ze daar minder op. Hun stelling is: als je zo ver bent, zal je er niet op terugkomen.

Mijn ma probeert met de situatie mee te leven, mijn pa niet. Ik heb met mijn pa een vrij oppervlakkige relatie. Mijn moeder heeft me gebeld in het ziekenhuis en ze is langsgekomen. Toen ik na mijn dagen in het ziekenhuis bij mijn ouders aankwam vroeg mijn vader: “Moet je kersen hebben?”, een alledaagse vraag om de aandacht wegtrekken van de dingen die echt spelen. Misschien komt daar in de toekomst verandering in door de confrontatie met anderen die het wel zeggen.

Het plan om HST-bestuurder te worden heb ik opgeborgen omdat ik geen zin heb om altijd naar Antwerpen te rijden voor het werk. En ik heb gemerkt dat om hogerop te geraken dat je goed moet staan met een aantal mensen op het werk en dat is niet de manier waarop ik functioneer. Ik wil zeker niet de grijze muis zijn, maar gewoon mijn leven leiden.

Juli 2004