18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Amélie - Oktober 2003

Op een slappe koord afwegen wat kan of niet

Amélie haalde de inspiratie voor haar nieuwe naam via een voormalige vriendin uit de film ‘Le fabuleux destin d’Amélie Poulin’. “Ik heb die film vijf keer gezien”, zegt ze enthousiast “en ben er nog steeds weg van.” Voor Amélie is haar ontdekkingstocht als vrouw even hard zoeken als de levenswandel van haar alterego op het witte doek. “Soms word ik wakker in de hoop dat ik een vrouw ben”, gniffelt ze. Amélie zit in het begin van haar uitingsproces en is vooral bezig om haarzelf te definiëren.

De mogelijkheden bestaan om lichamelijk meer in de richting van vrouw te gaan. Dat beeld zou meer aansluiten bij mijn gevoel. Het zou een logische stap zijn, maar ik zit volop in een periode dat ik nog op zoek ben. Ik omschrijf mezelf als transgender en ben iemand die innerlijk ergens in het ‘midden’ zit, vooral qua karakter en manier van denken en doen. Bij iedereen zit een dosis van de andere sekse, maar bij mij is de portie vrouwelijkheid groter dan de hoeveelheid mannelijkheid, ongeveer in een verhouding 60/40.

Wie vroeger met travestie bezig was, beleefde dat voor het grootste deel op eigen houtje en bleef meer in de kast. Als je nu het woord ‘travestie’ intikt op Google dan kom je op een heleboel sekssites terecht. Dat geeft een verkeerd beeld. Mij interesseert dat niet. Het ‘web’ werkt erg bevrijdend en emanciperend, en bracht me naar een bijeenkomst in Nederland. Het leek een belangrijke en meest logische eerste stap. Je moet altijd zien hoe ver je wilt gaan.

Na mijn bustocht van België naar Nederland pikte iemand me op aan het station. Ik kleedde me ter plekke om, een groot deel had dat thuis al gedaan. Je merkt meteen dat het moeilijker is om er als man rond te lopen dan als vrouw. Ik had drempelvrees. Het was best spannend om de eerste keer als vrouw naar buiten te komen. Er was een groepje Belgische travesties. We zaten vooral bij mekaar te babbelen en dansten op de muziek van een disk jockey. Er zaten mensen aan de toog. Het was heel gemoedelijk en er waren verschillende partners van mannen die aan travestie doen. Het is heel interessant om met de partners te praten, omdat die de achtergrond volledig kennen en het vrouwelijke dat in je zit appreciëren. Je kan met hen ook beter praten dan tegen een ‘andere’ vrouw. Deze partners van zijn er volledig mee vertrouwd. Zij zijn ‘echte’ vrouwen en het is leuk om met hen om te gaan als vrouwen onder mekaar.

Tot aan die trip had ik me nog zo goed als niet ‘ge-out’. Ik kleed me de afgelopen twee jaar wat vrouwelijker, door kledij en schoenen te zoeken die tussenin zitten, androgyn dus. Ik bekijk het van situatie tot situatie: de verschillende vriendenkringen, thuis, werk... Het is constant afwegen.

Bij een deel van de vriendenkring staat het gegeven huisje, tuintje, boompje, beestje vrij centraal. Daar kan ik er niet mee terecht. Om me daar op mijn gemak te voelen moet ik het daar minder uiten. In de muzikale vriendenkring kan ik meer mezelf zijn. Onlangs zag ik tijdens een folkfestival een jongen met een ‘sarong’. Ik denk dat die jongen dat ook als een tussenstap zal gebruiken, met het excuus dat mannen een sarong ook dragen in het Oosten. Ik maakte me de bedenking dat ik dat de volgende keer ook kan doen.

In mijn familiale omgeving ligt het moeilijk. Mijn vader is eerder autoritair en conservatief. Ik denk dat mijn ouders het er serieus moeilijk mee zullen hebben. Ze wonen in een kleine gemeente en de ouders van mijn vader waren landbouwers. Bij die mensen moet je met zoiets niet afkomen. Ik deed vroeger weinig echt jongensachtige dingen. Ik had bijvoorbeeld een kleine verzameling cactussen en vetplantjes waar ik voor zorgde. Dat is niet echt iets waar een jongen meestal mee bezig is. Toen ik elf was, speelde ik met mijn vier jaar jongere broer een rollenspel. Ik haalde uit de kast van mijn moeder een jurk en trok die aan. We deden dan alsof we gingen trouwen. Het pluchen konijn was de pastoor (lacht)... Het was totaal onschuldig, maar ik bleef - stiekem dan - dingen van mijn moeder aantrekken. Mijn ouders hebben het een paar keer gezien en ik kreeg telkens een serieuze uitbrander. Ik probeerde het te laten. Dat lukte een paar maanden, maar het gevoel kwam steeds terug.

Nu woon ik sinds vier jaar alleen en begon zelf zaken te kopen. Ik heb een relatie gehad, maar mijn vriendin wist het niet. Door die reactie kleedde ik me minder om, er zat een rem op. Nu die relatie achter de rug is, ga ik er veel verder in en kleed ik me dagelijks vrouwelijker. Thuis kleed ik me zowat de helft van de tijd als vrouw: topje, trui, rok, kousen, schoenen... Ik voel me dan beter, het seksuele speelt nog een beetje. Dat was in het begin belangrijker, maar is met het verloop van de tijd afgenomen. Vroeger deed ik het meer voor de opwinding, nu omdat ik het gewoon graag wil. Ik zie dat als een innerlijke evolutie. Vroeger bleef ik me als jongen of man zien die zich af en toe omkleedde. Nu heb ik het beeld van mezelf als transgender, iemand met een veel grotere dosis vrouwelijkheid.

Ik werk in de openbare culturele sector en heb een goede relatie met mijn collega’s. Zij zeggen er niets van. Ik heb sinds kort twee gaatjes in mijn oren. Ik heb wel eens nagellak gebruikt. Ik geef wel signalen, maar zeg het niet expliciet. Het lijkt wel met vuur spelen. Ik doe het om eerlijk te zijn voor mezelf, maar kan er toch nog niet open genoeg over zijn. Als ze het zouden vragen, zou ik het niet ontkennen. Misschien hoop ik daar wel op. Als iemand er open voor staat, dan zal die persoon misschien zelf wel over de brug komen. Ik hoop op een of andere manier dat ze het zelf zouden zeggen, maar ik denk dat dat nooit zal gebeuren.

Niet alleen voor de buitenwereld, maar ook voor mezelf lijkt het een heel tegenstrijdig en fijn psychologisch spel. Indien ik nu zou weten dat ik binnen vijf jaar volledig getransformeerd ben, dan zou ik me het best nu al uiten. Maar soms zie ik het als een soort vergif. Ook dat is heel tegenstrijdig. Veel vroeger was je laten opereren niet mogelijk, dus hoefde je er niet over na te denken. Nu is die keuze er wel, dus ben ik ermee bezig of ik de sprong wil wagen of niet. De mogelijkheid tot een operatief ingrijpen brengt me soms in verwarring.

Ik leid dus momenteel een dubbelleven, alsof ik op een slappe koord loop en per situatie en omgeving afweeg wat kan of niet. Voorlopig zie ik me als travestie meer uitgaan, niet alleen naar de bijeenkomsten in Nederland, maar ook hier in de grote steden. De maatschappij behandelt mensen die travestie of transgender zijn als marginalen. Daarom vraag ik me af: “Is er echt ruimte voor?”

Oktober 2003