18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Vanessa - December 2004

Ik hoef me niet meer te manifesteren

Vanessa praat als een diva over de pijnen en triomfen in haar leven. Sinds theatermaker Alain Platel haar in 1999 engageerde voor Allemaal Indiaan gaat het Vanessa voor de wind. Maar het is niet altijd zo geweest. Ze heeft wat je kan noemen een respectabele leeftijd en is al sinds het midden van de jaren ‘70 vrouw. Deze metamorfose gebeurde toen nog in Casablanca waar Dr. Bourou een Franse chirurg van Pakistaanse origine, genderdysfore mannen na betaling van een forse som geld op miraculeuze wijze omtoverde. Cash die de meeste vrouwen verdienden in de prostitutie.
 
De productie die ik nu over heel Europa speel is White Star, een theatervoorstelling gebaseerd op het leven van de Duitse travestiet Charlotte von Mahlsdorf. Ik ben op vraag van theaterproductiehuis Victoria met die idee komen aandraven omdat ik haar boek had gelezen en een documentaire had gezien over het leven van deze Christusfiguur. Haar verhaal werd tijdens de repetities al snel verdiept naar de pijn van iedereen, de identiteit, het anders willen zijn… Ik speel in feite de rol die ik ken uit mijn leven. Daarbij is één van Charlottes citaten die ik gebruik in White Star op mijn lijf geschreven: “Laat me zijn wie ik ben, want ik kan niet anders. Omdat ik niet anders kan.”

Ik ben toevallig in de showbusiness gerold. Op mijn zestiende ging ik naar de toneelschool, maar ik had evengoed tandarts, lasser of loodgieter kunnen zijn. Ik ben een havenkind, mijn vader was een havenwerker. Na de toneelschool ging ik aan de slag bij het oude NTG. Ik heb het theater verlaten omdat mijn dilemma zichtbaar werd. Ook het culturele wereldje bleek een hokjeswereld te zijn. Ze pretenderen nochtans zo vrij te zijn. Van de ene op de andere dag was ik mijn werk kwijt. Er bestond geen vangnet.

Ik heb thuis gewoon gezegd hoe het zat. Mijn ouders waren hele lieve mensen en hebben het aanvaard. Er is geen breuk gekomen, integendeel, we waren heel close. Ze hebben dit gedragen als een kruis en waren bezorgd over mijn vooruitzichten. Ik kom uit een tijd waarin nog gestenigd werd en ben zoals alle anderen in de prostitutie gestapt. Daar zag ik veel ellende: drugverslaving en zelfdoding… mensen die het niet aankonden. Ik zei tegen mezelf: “Mij zullen ze niet klein krijgen.” Duw me tien keer onder water en ik kom elf keer boven.

In Antwerpen waren er dokters die hormonen voorschreven en twee dames die continue epileerden, niet met de laser zoals nu, maar haartje per haartje met de naald. Voor een betaalbare operatie moest je naar Casablanca. Het was 1975. In het kantoor van Dr. Bourou, wist mevrouw Bourou meteen te vertellen dat de operatie geen 150.000 frank, maar 300.000 frank zou kosten. Ze zei: “Jij geeft jou geld aan je vriendin en dan kunnen we hààr opereren.” Ik verzette me ertegen. Er was een mogelijkheid in Brussel, maar die chirurg was omschreven als de beenhouwer. Ik zei tegen mevrouw Bourou: “Dan moet het maar filet americain worden, want daar houd ik van.” Het kon plots wél voor 150.000 frank. Daarna kwam de doktor, een charmante man, te voorschijn, met zijn verpleegster Fatima. Ze was de beschermengel van alle transseksuelen. Ik zal haar nooit vergeten.

Na de operatie mochten we nog vijf dagen blijven en moesten dan terug op het vliegtuig. Je kwam weer thuis met bloed tot aan je knieën. In Antwerpen verzorgde één van de epilerende dames ons. Ze was verpleegster. Je moest zo snel mogelijk terug aan het werk, met maandverband tussen de benen, want de huur moest betaald worden.

Ik ben eruit gestapt omdat ik niet meer kon en wilde. Ik werkte al in Brussel op een appartement. Ik sprak heel wat talen, dus ontving ik internationale klanten. Nadat ik mijn man heb leren kennen zijn we de zakenwereld ingegaan. Ik heb het hem meteen gezegd en dat was geen probleem voor hem. Ik wilde aanvaard worden. Je moet alles met waardigheid dragen. Ik ben een geluksvogel, want ik kan dat. 8 jaar geleden sprak ik met een transseksuele man die zei: “Ik heb de mogelijkheden om de deur achter me dicht te doen”. Ook hij heeft geluk gehad. Heel wat mensen hebben dat niet en moeten met een uitkering rondkomen. Als ik nu contact heb met collega’s van vroeger, dan zie ik allemaal schrijnende verhalen. Dat raakt me.

Toch is de prijs die ik betaald heb hoog ligt. Ik zou het niet meer doen, zeker niet meer alleen. Het is een lijdensweg geweest. Mijn man en ik zijn 16 jaar getrouwd geweest. Nadien stortte alles in, maar toch was ik blij dat het over was. Twee jaar heb ik het moeilijk gehad en veel gehuild. Op een dag ben ik weer een stuk beginnen schrijven. Ook theater is een microbe waaraan je niet kan weerstaan. De bal ging opnieuw aan het rollen. Toen Alain Platel me belde was het heaven. Dat was pas echt een nieuwe start.

Nu werk ik aan een monoloog over mijn leven. Daarbij is de komische noot belangrijk. Op televisie zie je allemaal stervende zwanen, maar je moet ermee leven. Als je met het syndroom van Down bent geboren, dan heb je ook pech. Aan ons is er nog wat te doen. Je moet het wel meesleuren. De monoloog moet in 2006 in productie gaan in vier talen, Nederlands, Frans, Engels en Duits. Eind januari heb ik nog een lezing. Ik zie dit als werk, als een eigen product dat ik wil creëren, een onderwerp waar ik iets mee aankan. In feite is de cirkel rond, want ik ben teruggekomen, maar niet exclusief in de rol van transseksueel, dat is louter toeval. In Allemaal Indiaan (1999, Arne Sierens en Alain Platel) was ik de moeder van vier kinderen. Het moeilijk om mij te casten met mijn specifieke kop. I’m a working girl van 57. Of ik aan stoppen denk? Nooit… ik moet altijd creëren.

Over mijn transseksualiteit maak ik me geen problemen. Ik ben anders… so what? Ik voel me nu beter dan vroeger, maar ken mijn beperkingen als vrouw. Ik ben een goede imitatie. Door mijn disorder leven er nog steeds twee personen in mij. Plots komt de jongen nog wel eens tevoorschijn. Dat merk ik vooral in de omgang met vrouwen. Zij reageren toch anders. Ik benader het vrouw-zijn, maar doe er geen extra moeite voor: ik ben wie ik ben.

Wat betekent vrouw zijn? Ik vind het moeilijk in relaties naar mannen toe. We zijn omgeven door mannen die allemaal moeilijkheden hebben met hun vrouwen. Ik krijg het moeilijker en moeilijker met mannen. Ik ga veel liever met vrouwen om. Tussen mannen is er zo’n verschrikkelijke strijd. Ze willen altijd maar winnen en geven nooit toe. Het zijn kinderen, het is niet te doen.

December 2004