18 Oct, 2017

Portretten 2003-2006

Cathy - Augustus 2004

Je ticket verwisselen kan niet

Cathy zit een pak zelfzekerder op haar sofa dan bijna tien maanden geleden. Er is dan ook heel wat veranderd: haar zoontje van negen is op de hoogte en een deel van de familie en de buren zijn ingelicht. Ze was het beu zich te verstoppen. Cathy heeft intussen een vriendin die haar accepteert zoals ze is, namelijk in volle transitie. Alhoewel ze zelf sneller zou willen evolueren, bepaalt de buitenwereld de snelheid van omschakeling. Vooral haar zoontje houdt haar sterk.

Ik heb meer vrijheid gekregen en voel me minder opgesloten. Ik kan als Cathy overal naartoe. Vorig jaar ben ik op één jaar tijd een paar keer naar Frankrijk geweest. In de eerste helft van dit jaar heb ik al twee trips gemaakt. Ik ga mijn boodschappen zo doen, schoenen kopen, shoppen. Mijn buren zijn op de hoogte en mijn zoontje weet het. Voor hem is het geen probleem, hij vindt het leuk en noemt me mama op straat. Hij ziet het meer als een spel en heeft zijn eigen manier om het te aanvaarden. Die jongen kan ongelooflijk goed komedie spelen. (lacht...) “Als iemand je kwaad zou doen, dan klop ik erop”, zegt hij. Toch kleed ik me niet altijd om als hij er is, want hij heeft nog een papa nodig en geen tweede mama. Soms zegt hij wat ik moet aandoen, maar hij heeft niet altijd even veel smaak.

Mijn zoontje weet dat het serieus is. Hij weet hoe het vroeger was, maar als we er over praten, heeft hij geen referentie in zijn wereld en dan gaat hij op zoek in boeken. Onlangs vergeleek hij het met carnaval. Binnen twee weken wordt hij negen. Zijn mama had het hem verteld, maar niet op een degelijke manier. Ze wilde mij belachelijk maken omdat ze kwaad is op me. Nadien heeft ze zich verontschuldigd. Ik heb het opnieuw aan hem moeten uitleggen, maar dan met de juiste woorden.

Omdat hij zot is van treinen, zei ik het zo tegen mijn zoontje: “Je hebt een blauwe en een roze trein. Als je geboren wordt, krijg je een ticket: blauw of roze. Met het blauwe ticket moet je de blauwe trein nemen, met het roze ticket de roze trein. In de blauwe trein zitten mensen geboren met mannelijke geslachtskenmerken. In de roze trein zitten alle mensen geboren met vrouwelijke geslachtsdelen. Je ticket verwisselen mag niet. Ik heb een blauw ticket, maar wilde een roze omdat ik me een meisje voel. De controleur zei dat ik niet heb wat vrouwen hebben, dus moest ik met de blauwe trein mee. Ik wilde een roze ticket en wil mijn blauwe nu toch wisselen. Intussen gaan de treinen van het leven door... Een transseksueel is iemand die van ticket en dus van trein wisselt.”

Ik was het beu om altijd op te moeten letten als ik naar buiten wilde gaan en wilde mijn leven niet meer laten bepalen door mijn omgeving. Ik ben tot bij de buren geweest en vroeg of ze de laatste maanden iets gemerkt hadden aan mij. Dat was niet het geval. Ik zei dat ik hun iets moest vertellen en vroeg wat een travestiet is. Dat wisten ze. Ik vroeg wat een transseksueel is. Dat wisten ze ook. Ik zie dat ik tussen de twee inzat. Meteen informeerde de mannen of ik voor de mannen of de vrouwen ben, terwijl dat er niets mee te maken heeft. De vrouwen informeerden meer over de gevoelens: hoe het komt, wat ik voel, waar ik mijn kleren koop, of ik vaak uitga... Ik liet ze foto’s zien en het pasje van de Genderstichting, waar een foto van me opstaat als man en als vrouw.

Soms krijg ik een telefoontje om een kop koffie te komen drinken, maar ik ben nog nooit als Cathy bij hen geweest. Toch merken ze het nu: langere nagels, twee oorbellen, altijd superglad geschoren... Als ik op het werk ooit ga vertellen dat ik graag zou veranderen van geslacht, dan zou ik niet weten wat hun reactie zal zijn. Ik zou het beetje per beetje doen. Er zijn nu al mensen die achter mijn rug praten, maar dat moeten zij weten. De mensen die me kennen zoals ik nu ben, hebben me liever zo. Ik ben niet zo arrogant meer, ben veel zachter, luister beter en voel me beter in mijn vel.

Ik was bang dat mensen iets zouden ondernemen zodat ik mijn zoon niet meer zou mogen zien, dat ze me zouden beschrijven als een freak of een mentaal gestoord iemand. Die angst is nu weg. Ik heb een vriendin en de kans is groot dat ze binnenkort bij mij komt wonen. Het huis is in ieder geval groot genoeg. Het gaat goed tussen ons. Zij is biseksueel, dus is het voor haar geen probleem. Ze heeft me leren kennen als Cathy, maar had het meteen door. Ik zat in een bar waar elke vrijdag-, zaterdag- en zondagavond travestieshows zijn. Er was zoals altijd ongelooflijk veel volk. Ik zat met een groep aan een tafel en er was nog één plaats vrij. De ober vroeg of hij nog iemand bij ons mocht zetten. Dat vonden we geen probleem. Ze is naast me komen zitten. We maakten kennis en het klikte meteen tussen ons. Op het einde van de avond hebben we e-mailadressen uitgewisseld en ze schreef me nadien. Ze wilde nog eens afspreken omdat ze het tof vond... En zo ging het verder. Binnenkort ga ik met haar naar Frankrijk, vrienden van haar bezoeken. Ze zei: “Als ze je niet accepteren, dan hoeven ze mij ook niet meer te accepteren.”
Ik ga nu overal naartoe. Er zijn bepaalde plaatsen waar je liever niet komt: louche buurten en louche cafés. Toch ga ik altijd uit in Brussel en Antwerpen. Ik weet waar ik moet en kan gaan. Uitgaan doe ik haast altijd als Cathy. Ik kan me niet amuseren als man. Soms moet het wel, bijvoorbeeld met een familiefeest. Alhoewel mijn vader zei dat ik mag komen als Cathy. De familie weet het, maar ik durf nog niet goed. Ze weten eigenlijk niet hoe ze me moeten aanspreken, wat ze moeten zeggen, of ze vragen mogen stellen, wat ze mogen vragen... terwijl ik daar heel open over ben.

Ikzelf ben nog aan het evolueren. Mijn travestieperiode is voorbij. Ik zou het liefste 24 uur op 24 uur zijn zoals ik nu voor jou zit. Momenteel doe ik dingen die ik en ook mijn omgeving aankunnen. Ik houd daar erg rekening mee. Er zijn nog een aantal factoren die mij beletten om verder te gaan: het werk en het nodige geld... Ik wacht geduldig af, maar ik geraak gefrustreerd. Soms krijg ik de blues en heb ik zin om oneindig te wenen. Ik houd me sterk door de mensen waar ik van houd: mijn zoontje, mijn familie en de mensen die me graag zien. Dat helpt mij om rustig verder te gaan en om geduld te hebben.

Augustus 2004